“Is er dan een werkgroep en zijn hier uren voor”, roept één van onze nieuwe collega’s die zich gaat verdiepen in Nederlands als tweede taal (NT2). “Hoe gaat dat hier”, was haar oprechte vraag. Tsja, hoe doen we dat? Ik moet dan altijd moeite doen om geen flauwe opmerking te maken. Want werken met taakuren of urenstaatjes vind ik klinkklare onzin. Het opstellen en bijhouden van zo’n normjaartaak kost extra tijd. Kostbare tijd. En zeg nou zelf, het leidt toch alleen tot frustratie en discussie. 

Hoeveel tijd mag of móét je in een werkgroep besteden aan onderwijsontwikkeling? Wat is een reëel aantal uren voor professionalisering als iedere opleiding die je volgt anders is? En wie wil er nou niet voor maar liefst zestig uur (!) zitting nemen in de medezeggenschapsraad (MR), terwijl je hiervoor maar vijf of zes keer per jaar vergadert? ‘Jaaahaaa, die uren maak ik echt wel’, grapt een MR-collega als we het over de taakverdeling hebben in het kader van ons werkverdelingsplan. Hoe kun je nou vooraf bepalen hoeveel tijd je mag of moet besteden aan de organisatie van bijvoorbeeld een sinterklaasviering? En wat als die uren ‘op’ zijn. ‘Sinterklaas komt toch wel’, is één van mijn gevleugelde uitspraken. 

Ik heb hiervoor op een school gewerkt waar de normjaartaak in een Excel-schema nauwgezet werd bijgehouden. Zodra er ook maar iets veranderde, moest je het schema aanpassen en zorgen voor compensatie. Soms werden leerkrachten ‘gestraft’ met een dag extra lesgeven, omdat ze volgens Excel niet genoeg uren hadden gemaakt. Ook voor mij als schoolleider voelde dit als taakstraf. Maar ik ben voor geen gat te vangen. Dus ik heb toen de normjaartaak ingezet om te checken of teamleden werken aan taken waar ze energie van krijgen en om de werkdruk te bespreken. Het bestuur vond het vervolgens nodig om deze ‘normjaartaak’ te laten ondertekenen en een plaats te geven in het personeelsdossier. Zo werd een mooi sturingsinstrument omgevormd tot een controlemiddel. En ik? Ik ben toen afgehaakt.  

Ik geef liever ruimte aan initiatieven van collega’s en bespreek op gezette momenten waar ze tegenaanlopen. Ik faciliteer met tijd of budget: uitroosteren, anders organiseren of dingen gewoon niet meer doen. Wat trouwens een goed idee is. Zo houden wij bijvoorbeeld geen ouderavonden meer, alle gesprekken vinden overdag plaats. Dan hoor ik collega-schoolleiders al zeggen: ‘Maar dan werken ouders!’ Precies. En wij ook. En als het even kan, gebeurt dat werken op school tussen acht en half vijf. Dat dit niet altijd lukt, zelfs als het wel in zo’n normjaartaak beschreven staat, snap ik heel goed…

Word jij de nieuwe blogger voor AVS?