Vertrouwen. Iets wat een schaars goed dreigt te worden. Kijk naar Nederland nu maar ook naar het wereldtoneel, waar de verhoudingen tussen de leiders van landen zich met de dag verscherpen en de dreigementen over en weer toenemen. Als doorsnee directeur op een Nederlandse basisschool ontsnap je niet aan deze polariserende wereld. Ook jij krijgt met verharding te maken, waardoor je behoorlijk stevig in je schoenen moet staan. Steeds vaker moet je praten als Brugman om escalaties te voorkomen. Ik zie directeuren veelvuldig in de rol van diplomaat schieten om er maar voor te zorgen dat iedereen toch nog steeds samen door die éne deur kan. Begrip koesteren. Bouwen aan vertrouwen. Het zijn misschien wel de belangrijkste skills die je als schooldirecteur vandaag de dag in huis moet hebben.  

In veel gevallen zijn de meeste schoolleiders ook bruggenbouwers in hart en nieren. Mensen-mensen, sociale dieren en verbinders bij uitstek. Want in verbinding blijven met elkaar is een voorwaarde om tot leren en ontwikkelen te kunnen komen. Dat doen we nu eenmaal het best in een omgeving waarin we ons veilig voelen, waarin je gekoesterd wordt en waarin dus vertrouwen heerst. Iedereen die in het onderwijs werkt of heeft gewerkt, weet dat je nergens komt als tegenstellingen omslaan in onbegrip en polarisatie. Sterker nog, de kans is groot dat leerlingen (en soms zelfs ouders) met elkaar op de vuist gaan als je onderling wantrouwen voedt. En dus leggen leraren in de klas en directeuren in de school de focus op wat we met elkaar gemeen hebben en samen delen. Want zo verenig je werelden. Zo bouw je aan vertrouwen.  

Softies. Zo worden mensen in het onderwijs daarom ook wel genoemd. Maar wat is er soft aan als de kinderen of je collega’s weten dat ze op je kunnen vertrouwen, dat zij op jou kunnen terugvallen en dat je ze daardoor ziet groeien als mens? Schoolleiders smeden gemeenschappen. Klaar. Het zit in hun DNA en is misschien wel hun grootste superkracht. Juist nu. En daar ben ik maar wat trots op.