Ferdinand

Onlangs heb ik met een aantal mensen uitgebreid stilgestaan bij de vaardigheden die een hedendaagse schoolleider in zijn of haar handelingsrepertoire moet hebben. In de zoektocht naar een nieuwe directeur werden karakteristieken genoemd als ‘integer’, ‘onderwijskundig’, ‘authentiek’ en ‘geduldig’, ingebed in de voorwaarden ‘vertrouwen’, ‘veiligheid’ en ‘vrijheid’. Tot gisteravond paste ik prima in het geschetste plaatje. Had ik gesolliciteerd op deze baan, ik had een goede kans gemaakt. Tot gisteravond paste de profielschets mij als een warme winterjas.

Gisteravond zakte ik door het ijs. Gisteravond kreeg ik ruzie met de kerstboom.

Jarenlang kochten mijn vriendin en ik een boom met kluit bij een kwekerij. Nou ja, kopen; het was meer een soort huurkoop. Onder het mom van ‘Een kerstboom heeft ook gevoel’ haalden wij een boom in huis, die na Driekoningen weer terug ging naar het weitje, om aldaar in vertrouwde grond verder te groeien. Het jaar erop zou diezelfde boom dan weer een paar weken als kerstboom bij ons logeren. Duurzaam en doordacht, zou je denken; maar vooral heel duur. En elk jaar was onze boom of kwijt of dood. Na zes jaar duurkoop was ik het zat. Ik wilde een boom van de bouwmarkt, ik was een vent.

Een non-argument van jewelste, maar ik moest iets verzinnen. Ik wilde de grootste boom zonder kluit, ik wilde mijn vrijheid terug.

Mijn thuis-georganiseerde tegenspraak hield wijselijk haar mond toen ik blijmoedig de jas aantrok, in de auto sprong en naar de dichtstbijzijnde bouwmarkt scheurde. Ik kocht een joekel van een boom en een grote voet met vleugelmoeren. Om de boom erin vast te zetten. Superhandig. We gingen een Kerst tegemoet om nooit meer te vergeten. Op weg naar huis, met de achterklep open, jubelde Mariah Carey me toe.

Eenmaal thuis bleek het onmogelijk te zijn om de woudgigant eigenhandig in de voet met vleugelmoeren vast te zetten. Wat ik ook deed, hoe ik de moeren ook aandraaide, de boom stond scheef of viel direct om. Ondertussen sloegen takken in mijn gezicht, krasten naalden in mijn nek of prikten me bijkans blind. Heel de vloer van onze woonkeuken lag bezaaid met naalden en afgebroken takken. Heel de atmosfeer bezwangerd door blasfemistische verwensingen.

Mijn vriendin, aan de keukentafel met een kop koffie, bekeek het allemaal aandachtig en vroeg of ze misschien kon helpen. Ik antwoordde grommend dat ik het wel alleen af kon.

Toen ik ten langen leste de boom zonder kluit en al door het keukenraam wilde gooien, de voet met vleugelmoeren er vlot achteraan, stelde ik met schrik vast dat mijn ‘authenticiteit’ haar ware gezicht toonde. Wilde een stichting mij als bestuurder, een school mij als directeur, een wolf in schaapskleren zou worden binnengehaald. Ik was als het Paard van Troje, prachtig van de buitenkant, maar dodelijk van binnen.

Toen ik de boom bekeek op onze keukenvloer, wist ik het zeker: ik word houthakker.

Opdat ik geen brokken maak in het onderwijs.