
Mijn strijdlustige en vrijgevochten Arie heeft op 1 juni de lhbtqia+-vlag voor het raam gehangen, zodanig dat heel Arnhem-Noord het kan zien.
Ik wist niet eens dat we deze vlag hadden.
‘Ik heb het zonder overleg gedaan,’ zegt Arie ferm.
Ik knik. Van mij had die vlag voor het raam niet gehoeven. Niet specifiek om deze, maar om vlagvertoon in het algemeen.
Alhoewel, deze vlag vind ik ingewikkeld geworden. Waar het eerst een overzichtelijke regenboogvlag was, is het nu meer de beddensprei van mijn wijlen tante Mien geworden; het is een veelheid aan kleuren en vormen geworden, alsof alle laatste restjes breiwol opgemaakt moesten worden. Tante Mien gooide niets weg.
De vlag staat voor insluiting, iedereen dient zich te herkennen in deze multi-color**. Iedereen claimt een plekje in de veelkleurigheid van deze vlag. Waarmee het een manifest van exclusiviteit dreigt te worden. En dat willen we juist niet.
Aan de keukentafel, het zal zo’n twintig jaar geleden zijn, vroeg ik aan mijn drie dochters wat zij eigenlijk vonden dat hun tante Eef, mijn zus, op vrouwen viel. Ze legden alle drie hun kleurpotloden neer en keken mij ernstig aan. Ze vonden het een rare vraag, tante Eef is tante Eef. Tante Eef is lief en daarmee was de kous af.
Met een grote glimlach dronk ik mijn koffie op en keek naar mijn drie kleine gurls die zich alweer verloren hadden in de kleurplaat.
Mijn jongste, jaren later, kwam thuis en vertelde dat een klasgenoot tijdens Maatschappijleer het woord had gevraagd en ten overstaande van de hele klas vertelde dat hij op jongens en meisjes viel.
‘Zo,’ zei ik, ‘Wat stoer!’
Mijn jongste keek me aan.
‘We wisten niet zo goed hoe we moesten reageren,’ sprak ze langzaam.
‘Hoe hebben jullie dan gereageerd?’ vroeg ik.
‘Nou, het bleef eerst even stil. Daarna hebben we maar geapplaudisseerd.’
Ik slikte snel een grote brok weg en gaf mijn jongste een kus op haar hoofd.
‘Dat heeft-ie fijn gevonden, lieverd!’
Ik vertelde haar niet dat er geapplaudisseerd is voor iets dat vanzelfsprekend is. Niet stoer zou moeten zijn, maar vanzelfsprekend: het recht om te zijn wie je bent.
Er hangt nu, jaren later, een ingewikkelde vlag voor ons raam, omdat dat recht nog steeds niet ons aller gemeengoed is. Dat dat recht met voeten getreden wordt, dagelijks geschonden. We gebruiken een ingewikkelde afkorting om iedereen eraan te herinneren dat niemand uitgesloten mag worden. Er zit zelfs een plusje in de afkorting, opdat we echt niemand wegzetten.
Onze kinderen vertellen ons dat deze symboliek eigenlijk niet nodig is. Dat we een vanzelfsprekende samenleving zijn, waar iedereen mag zijn wie hij, zij, hen of + is. Dat er geen vlag nodig is om samen te zijn als mens, om veelkleurig samen te zijn in ‘The name of love’.
Maar zolang die vanzelfsprekendheid er nog niet is, weet ik dat Arie elk jaar op 1 juni de vlag ophangt.
Zonder overleg.
Pride, in the name of love: U2 schreef dit nummer in 1984, als ode aan Martin Luther King, strijder voor vrede en gelijkheid
** Son Mieux (2022) bezingt op aanstekelijke wijze het zien van elkaars kleuren en dat deze samen gevierd worden