
Zelfs de wethouder die onderwijs in haar portefeuille heeft, wist me te vinden. Op het moment dat ik gestopt was als schooldirecteur stapte zij op de uitmarkt, waar ik voor een dosis cultuur was, plompverloren op me af en vroeg of mijn opvolger al bekend was. En of ik niet terug wilde keren in mijn oude baan bij de gemeente. Een tikkeltje ongemakkelijk en totaal overrompeld – met een biertje in de ene hand en een bitterbal in de andere – stamelde ik dat ik hierover nog niets wist en beende snel weg.
De zomer was voorbijgevlogen. De zomer vol twijfels, waarin ik dubde over de vraag of ik wel geschikt was als schoolleider. De onzekerheid bleef knagen. Maar zodra de vakantie voorbij was en de deuren van de scholen opengingen, was het gedaan met de rust en mijn soul searching. Als vrije vogel op de arbeidsmarkt in het onderwijs wist iedereen me te vinden. En dan heb ik het niet alleen over recruiters die vrijwel dagelijks mailden, appten of aan de telefoon hingen met een job offer. Van alle kanten benaderden wildvreemden me dat ze nog een directeur zochten. Wat dat betreft is het onderwijs een kleine, maar betrokken wereld.
Paste het schoolleiderschap wel bij mij? Om antwoord te vinden op die vraag heb ik de laatste maanden heel wat scholen van binnen en buiten gezien. Met verbazing heb ik kennis kunnen maken met de enorme variatie in ons onderwijslandschap. Ik kwam op vrije scholen waar natuurlijke groei en ontwikkeling gekoesterd wordt, op openbare scholen met veel armoede en ongelijkheid, op openbare scholen vol ‘welgestelde’ hoogbegaafde kinderen en bij scholen waar ze ‘gewoon’ regulier klassikaal onderwijs verzorgen aan ‘gewone’ kinderen.
Het was buitengewoon fascinerend om dit mee te maken, niet in de laatste plaats omdat ik in gesprek raakte met al die directeuren van uiteenlopende scholen. Ondanks hun verschillen hadden ze één ding duidelijk gemeen: vrijwel allemaal hadden ze ooit wel eens getwijfeld over hun schoolleiderschap. Ik was dus niet de enige. Best shocking. Maar die bekentenis werkte voor mij enorm relativerend én motiverend.
Sterker nog, de directeuren die ik op mijn rondreis ontmoette, waren alleen maar inspirerende, lieve, sterke en slimme vakgenoten met wie ik kon steggelen over onderwijs, over troubles in het team, over persoonlijk leiderschap en hoe je het juiste doet voor al die kinderen. Deze mensen raakten me, omdat ze me een hart onder de riem staken, me aanmoedigden in mijn zoektocht en mij geweldige tips voor de toekomst meegaven. Ineens was het er weer. Dat gevoel van verbondenheid, van thuiskomen. Dit zijn dus míjn collega’s. Wat zijn ze leuk, wat zijn ze goed. En wat hebben we elkaar hard nodig om goed onderwijs te maken. Langzaamaan keerde de trots terug en voor het eerst in een half jaar wist ik één ding heel erg zeker: ja, dit is waar ik thuishoor. Ik ga door als schooldirecteur!