In de meer dan twintig jaar dat ik mij met ouderbetrokkenheid bezighoud heb ik oneliners over ouderbetrokkenheid verzameld die mensen zich na jaren soms nog herinneren. Kennelijk hebben deze betekenis gekregen in de praktijk. In deze tweede blog wil ik weer een aantal van deze uitspraken onder de loep nemen. Doe er je voordeel mee!
Wie oordeelt stopt met luisteren Een uitspraak die ik een keer hoorde op een congres is voor mij een leidraad geworden in gesprekken met (onder andere) ouders. Zodra we ouders bijvoorbeeld bestempelen als ’curlingouders‘, lopen we het risico niet meer te luisteren naar de achterliggende reden van hun – in onze ogen – overbezorgdheid (los van het feit hoe ongepast het gebruik van het woord ’curlingouders’ is, zoals ik eerder in deze blog aangaf). Wanneer een ouder zijn gezicht nooit op school laat zien, denken we al snel dat er weinig betrokkenheid is, terwijl het vaak simpelweg komt doordat ouders niet voldoen aan onze verwachtingen of aan de normen die wij hen opleggen. Mijn tip dus: oordeel niet te snel.
Alle ouders zijn betrokken, maar sommigen weten niet hoe ze dat moeten doen Wanneer we denken dat ouders niet betrokken zijn, blijkt vaak dat zij gewoonweg niet doen wat wij veronderstellen dat betrokken ouders zouden moeten doen. Ouderbetrokkenheid wordt in de wetenschappelijke literatuur vaak als een containerbegrip gezien, want wat betekent het nu precies en welke vormen van betrokkenheid zijn daadwerkelijk waardevol? Het is belangrijk om ervan uit te gaan dat alle ouders op hun eigen manier betrokken zijn, want betrokkenheid zit in het DNA van iedere ouder. Het is vooral waardevol om nieuwsgierig te zijn naar hoe iedere ouder deze betrokkenheid ervaart en invult.
Behandel de minst leuke ouder als de meest leuke ouder Onlangs kreeg ik van een leerkracht de gouden tip: “Begroet morgen de in jouw ogen minst leuke ouder op het plein als de leukste, en je zult zien dat het wonderen doet.” Het helpt vaak om een vicieuze cirkel van negatieve wederzijdse gevoelens te doorbreken!
Elk kind heeft recht op een goede samenwerking met ouders Samenwerken met ouders kan bij ouders die ons minder goed liggen soms meer inspanning vergen, vooral wanneer ze grensoverschrijdend gedrag vertonen. In zulke gevallen is het soms nodig om fors grenzen te stellen, en kunnen ervaringen met ouders zelfs traumatisch zijn. Het is dan van groot belang om altijd voor ogen te houden dat deze samenwerking niet bedoeld is om ouders te pleasen of om hen tevreden te stellen. Je doet het uitsluitend voor het kind, dat baat heeft bij en recht heeft op een goede samenwerking, zelfs als dat betekent dat je duidelijke en strikte grenzen moet stellen.
Heb je de eerste blog gemist? Die kun je hier vinden.
Word vervolgd…
Cookies
Onze website gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken). We gebruiken standaard cookies zodat de website goed functioneert.
Door op ‘Zelf instellen’ te klikken, kun je meer lezen over onze cookies en je voorkeuren aanpassen. Door op ‘Accepteren’ te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies.