Geef mij een excelsheet en ik ben gelukkig. Ik hou van data. Van verbanden ontdekken, patronen herkennen, inzichten op basis van feiten. Niet gek voor iemand met een achtergrond in econometrie. Data helpt ons scherp te zijn, te objectiveren en keuzes te maken die onderbouwd zijn. Toch voelt het voor veel mensen alsof data leidend zijn, ook voor schoolleiders. Da’s niet zo gek, want zij krijgen van het bestuur regelmatig data om hun oren. Data over de te verwachten groei en krimp van een school, data over de financiële huishouding, data over de voortgang van de leerlingen… Alles wordt gemeten. 

We meten steeds meer – en dat is begrijpelijk en deels ook nodig. We willen transparantie, vergelijkbaarheid en objectieve kwaliteitsbewaking. Maar meten schept ook spanning. Mijn vrouw is leerkracht. Bij haar op school zat er een daling in de Citoscores die halverwege het jaar waren afgenomen. Als je schoolleider dan vraagt waaróm die cijfers gedaald zijn, voel je je als juf in de hoek gedrukt. Zo voelt data als controlerend. Beter is om dan te vragen hóe het komt dat die cijfers zijn gedaald. Dan leg je het gesprek open in plaats dat het als veroordeling voelt.  

Ik denk daarom dat we moeten zoeken naar de juiste balans tussen data en menselijkheid. Want cijfers vertellen niet alles; de context is óók cruciaal. Het ‘waarom’ achter de uitkomsten. Als we alleen sturen op cijfers, lopen we het risico de menselijke maat te verliezen en daarmee de verkeerde keuzes te maken. De verhalen achter de cijfers, de thuissituatie, het gevoel van een leerkracht, de ervaringen van collega’s, de sfeer in een team – dat alles geeft kleur aan wat we meten. Soms zit de sleutel tot echte verbetering juist in die anekdote in de koffiekamer, dat ene zinnetje tijdens een intervisie, of die terugkerende frons in een teamoverleg.  

En daarom moet de schoolleider de barricade op, want die bepaalt hoe er met data op school omgesprongen wordt. Geen gemakkelijke uitdaging. Want veel schoolleiders zijn pedagogen, echte ‘mensen-mensen’ en hebben minder met de ‘harde’ kant van het vak. Daardoor duiken ze niet altijd diep in de data, terwijl juist die cijfers de basis vormen voor besluiten op bestuursniveau. Als je daar als schoolleider niet in meedenkt, wordt er voor je besloten – bijvoorbeeld over je formatie als de instroom daalt. 

Daarom een tip van deze excel-liefhebber: zet data niet in als controle maar als een hulpmiddel. Om inzicht te krijgen, om te leren, om samen met je team beter te worden in wat jullie al doen. Zie je iets in de data wat niet klopt met je gevoel? Ga het gesprek aan met je team. Want je runt geen school, of in mijn geval de Academie, met een rekenmachine. Daarvoor heb je mensen, verhalen en soms gewoon een goed gesprek bij de koffieautomaat nodig.