
Afgelopen week ontving ik de kaderstelling voor mijn formatie voor 2026-2027, en die sloeg in als een bom. Ik wist dat ik iets terug moest in formatie, maar dat het zoveel was, had ik zelfs met al mijn ervaring niet zien aankomen. We gaan negen leerlingen terug. Dat is niet ongebruikelijk. Alleen: onze formatie moet van 23,5 naar 20,5 fte. Drie volledige banen minder. Dat was niet iets terug, maar een flinke hap uit het team. Ik ging nog dezelfde dag in gesprek met mijn teamleiders om dit nieuws te bespreken.
Ergens tussen de cao-tafels, bonden, werkgevers en bekostigingsmodellen bestaat er nog een tafel. En die staat gewoon in mijn kantoor. En daar heet het geen loonruimte of arbeidsvoorwaarden. Daar heet het: formatiereductie.
De salarisverhogingen in het onderwijs zijn zeker terecht. Mensen werken hard en verdienen een goed salaris. Maar wat schuurt, is dat de loonkosten wel stijgen terwijl de structurele bekostiging niet in hetzelfde tempo meebeweegt. Het gevolg? Die rekensom toepassen komt uiteindelijk op het bordje van de schoolleider.
Als ik binnen mijn netwerk met collega-directeuren spreek, hoor ik hetzelfde verhaal. Sommige besturen vangen het meer op vanuit de reserves met hoop op betere tijden, andere sturen sterker op een sluitende begroting. Ons bestuur kiest ervoor financieel gezond te blijven. Een juiste keuze. Maar in de praktijk betekent het wel dat hoe dan ook die puzzel op schoolniveau moet worden gelegd. En die puzzel wordt steeds lastiger.
Een groot deel van de complexiteit zit ook in tijdelijke subsidies. Ik heb er al vaker over geschreven. De afgelopen jaren kwam er extra geld naar het onderwijs: NPO-middelen, regelingen voor basisvaardigheden, allerlei tijdelijke impulsen. Dat gaf ruimte. Maar tijdelijk geld creëert ook tijdelijke verwachtingen. En bij elke nieuwe regering is het weer de vraag welke regelingen blijven en welke verdwijnen.
Wat scholen eigenlijk nodig hebben, is in mijn ogen iets heel eenvoudigs: structurele bekostiging.
Afgelopen maandag vertelde ik het verhaal aan mijn team. Met aandacht, uitleg en ruimte voor vragen. Maar dat maakt het niet minder moeilijk. Er waren collega’s die zichtbaar schrokken. Sommigen werden emotioneel. Zeker de mensen met een tijdelijk contract voelen de onzekerheid meteen. Hoe kan het dat er overal personeelstekorten zijn en tegelijkertijd dit gebeurt? Terechte vragen.
Het doet me veel. Bij de start van dit schooljaar heb ik nog een ervaren kanjer aangenomen die bewust voor onze school koos, terwijl diegene ergens anders al een vast contract had. Een geweldige leerkracht. En nu moet ik vertellen dat de komende maanden onzeker worden.
Dit zijn de momenten waarop leiderschap geen beleid uitvoeren is, maar vertaald naar een lastig gesprek met het team dat de consequenties moeten dragen.
De komende maanden wordt een puzzel. Wie blijft, wie kan ergens anders terecht, hoe houden we het team stabiel en het onderwijs goed met minder mensen? Ondertussen proberen we de onzekerheid zo klein mogelijk te houden.
En ergens hoop ik dat er aan de beleidstafels iets zorgvuldiger wordt gekeken wat die puzzel zelf op de werkvloer betekent. Want zolang salarissen stijgen zonder dat de structurele bekostiging meebeweegt, lossen we het probleem niet op. Dan verschuiven we het alleen naar mijn bureau. Want uiteindelijk ligt de uitvoering van die puzzel gewoon op het bureau van de schoolleider.