In het onderwijs kent men mij vaak van het thema ouderbetrokkenheid. Maar dat is natuurlijk maar een deel van mijn leven. Mijn gezin staat op de eerste plaats: als man, vader en opa. Daarnaast ben ik ook muzikant, als trombonist in het Reünieorkest Artillerie Trompetterkorps. En tijdens repetities zie ik vaak opvallende parallellen met ons werk als onderwijsprofessionals. Het orkest als metafoor, het werkt verrassend goed. 

Ons orkest bestaat uit meer dan zeventig muzikanten. Onlangs zat ik tijdens een repetitie op een andere plek dan normaal. En ineens hoorde ik klanken die me vanaf mijn vaste plaats nooit zo waren opgevallen. Dezelfde muziek, dezelfde instrumenten, dezelfde mensen, en toch hoorde ik iets nieuws. Normaal hoor ik vooral mezelf, mijn eigen partij, mijn eigen perspectief. Dat is precies wat ons in het onderwijs ook vaak gebeurt: we horen vooral ons eigen geluid het beste. Maar hoe goed horen we eigenlijk de ander? 

Noten spelen is vaak minder moeilijk dan muziek maken. Een tekst voorlezen is één ding, maar een verhaal zó voorlezen dat je anderen meeneemt, is heel wat anders. Zo is het ook in de communicatie met ouders, leerlingen en collega’s. Het is de toon die de muziek maakt, maar het is vaak ook de toon die me ziek maakt. Niet wát we zeggen, maar hóe we het zeggen, maakt het verschil. Spreken we vanuit liefde, respect en nieuwsgierigheid? Of zijn we vooral bezig met het zenden van informatie? Dat voelen ouders haarfijn aan. 

Onze dirigent hamert er vaak op: muziek maken is niet alleen je partij spelen, het is vooral luisteren. Ruimte geven aan de ander die bijvoorbeeld een solo heeft. Het tempo wordt niet bepaald door degene die de meeste noten speelt, maar door de dirigent. En in ons vak is het kind vaak de dirigent. Die geeft subtiel signalen die richting en tempo aangeven. Durven wij als onderwijsprofessionals daarop te anticiperen én samen met ouders het proces aan te gaan waarin zij ons helpen het kind beter te begrijpen, en wij samen zoeken naar de beste ondersteuning? 

En natuurlijk: verstand van muziek heb je nodig om in harmonie samen te spelen. Harmonie, afkomstig van het Griekse harmonia (eendracht) en harmozō (verbinden). Een prachtig beeld voor de samenwerking tussen school, ouders en leerlingen. Iedereen met een eigen partij, maar samen één muziekstuk. 

Tot slot: bij optredens dragen we altijd ons uniform. Mijn vrouw zegt weleens: “Dat uniform kan ik nog hebben, maar dat gedrag erbij…” Thuis speel ik soms even overdreven de militair: trots en zelfverzekerd. Maar misschien zouden we als onderwijsprofessionals ons denkbeeldige uniform ook vaker mogen aantrekken. Met gepaste trots en overtuiging uitstralen waar we voor staan. Niet uit arrogantie, maar vanuit liefde voor het vak. Want als wij stevig staan, voelen ouders, leerlingen en collega’s zich eerder verbonden. En dát is de basis voor echte samenwerking.