Ferdinand

Eigenlijk ben ik heel erg van de lijstjes. Overal maak ik lijstjes van, ze geven mij overzicht en innerlijke rust. Ik houd ook scorelijsten bij, een gruwel voor mijn naasten, maar heerlijk voor mezelf. Met deze lijsten laat ik zien hoe goed ik in Qwixx ben, Carcassonne of Triktrak.

Je zou het zo niet zeggen, maar ik ben een competitieve rakker.

Zo heb ik bijvoorbeeld nooit mijn kinderen laten winnen met spelletjes, hoe klein ze ook waren. En als ik tennis met mijn voetbalmaten, moet heel de wereld weten hoe verwoestend mijn opslag was en briljant mijn return. In onze groepsapp houden we de standen bij, veelal ter meerdere glorie van mijzelf.            

Het gekke is dat ik de ‘lijstjes’ in het onderwijs weer heel anders benader. Alsof een beminnelijke alter ego het van mij overneemt, alsof de alom competitieve drang mij verlaat als oude lucht uit een lekke band. Lijstjes in het onderwijs vind ik griezelig, zij leggen volgordelijk iets vast waarvan ik niet zeker weet of dat wel vast mag liggen. Zo heb ik bijvoorbeeld weinig met de PISA-lijst1 en de plek die Nederland daarop inneemt. Ik moest het zelfs gaan opzoeken, mensen! De intentie van het PISA-onderzoek begrijp ik overigens wel; namelijk alles uit de kast te willen halen om onze kinderen het beste onderwijs te kunnen bieden. Vooral op het gebied van leesvaardigheid, want die is zorgelijk. Maar om het vervolgens te gaan vergelijken met de andere appels en peren uit Europa, nee, dan haak ik af. Temeer ik vind dat de vergelijking met andere landen mank gaat vanwege de te vaak uiteenlopende sociale contexten en onderwijsopvattingen.

En het benadrukt ons huidige onderwijsbewustzijn teveel, waarvan ik vind dat-ie te vaak te negatief is:

‘Zie je wel, hoe hard we ook werken, we doen het nooit goed! Ik loop het vuur uit de sloffen en hoor alleen maar dat het beter moet!’

Dan zijn dergelijke lijstjes killing.

PISA-lijsten worden ook vaak gebruikt om vast te stellen of investeringen hebben bijgedragen aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit. Vind ik ook een lastige. Want kijken we naar het beoogd gewenste effect van de investering of ook naar de investering zelf? Zakken we op de lijst omdat de investering de plank missloeg of omdat we niet meer in staat zijn de beste mensen op te leiden voor het beste onderwijs?

Soms denk ik bij bepaalde geldgedreven investeringen aan Ducttape. Het blijft nog wel even zitten zo en vergeten vervolgens het structureel te gaan herstellen.

Op andere lijsten2 behoren onze kinderen tot de gelukkigste ter wereld en lopen zij grote kans hoogopgeleide wereldburgers te worden. Dit soort lijsten trek ik dan weer prima, merk ik. Tegelijkertijd zijn dat voor mij juist die ‘alerts’ om voortdurend – vanuit een positief onderwijsbewustzijn – de verbetering te zoeken in ons funderend werk.

Gelukkige kinderen leren het meest met en van elkaar. Welke opleiding dan ook, als zij maar wereldburger worden in Nederland of waar ook ter wereld. Als zij maar zelfredzaam en in verbinding tot elkaar het leven kunnen leven. Díe competitie gingen onze leerkrachten met zichzelf aan toen zij begonnen in het onderwijs. En die competitie is voor altijd. Daar mogen ambitieuze scoringslijsten van worden gemaakt. Onze leerkrachten dienen zich te laten gelden voor het geluk van onze

kinderen. Investeringen die dan gedaan worden, dienen op het vakmanschap te zijn – het vermogen om kinderen optimaal te kunnen begeleiden in hun ontwikkeling. Onze kinderen willen gelukkig zijn en goed toegerust – zonder daarin van elkaar te ‘winnen’.

Namens hen allen: investeer in de opleidingen van onze leerkrachten, onderwijsondersteuners en schoolleiders!

(en voor wat het waard is, we zullen dan stijgen op de lijstjes)

1. PISA staat voor Programme for International Student Assessment. Het is een internationaal vergelijkend onderzoek dat de vaardigheden en kennis in wiskunde, natuurwetenschappen en lezen van 15-jarigen test. Zo’n 80 landen doen hierin mee. Het onderzoek staat onder toezicht van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). (Zie: pisa-nederland.nl)

2. UNICEF; nummer 1 in het onderzoek naar de mentale en fysieke gezondheid van onze kinderen (2020)