
Op woensdag 25 maart kwamen zeven schoolleiders samen in Utrecht voor de eerste bijeenkomst van ons Train-de-Schoolleider-programma. Geen congres, geen lezing, maar een werkdag. Met gereedschap in de handen en een concrete opdracht: leren werken met de tools van SLO die straks centraal staan in de Leergang Curriculair Leiderschap.
Onder begeleiding van Michelle Homburg, zelf schoolleider, en opleider en Nora van Steenbergen van SLO, gingen de deelnemers aan de slag met een mix van SLO-tools: instrumenten die schoolleiders helpen om grip te krijgen op het curriculum van hun school. Denk aan verschillende tools zoals het spinnenweb, ontwikkelkaarten en de teamgids om keuzes in het leerplan te onderbouwen. De zeven schoolleiders oefenden niet alleen met de tools zelf voor hun eigen schoolontwikkeling, ze leerden ook hoe ze die straks kunnen inzetten met andere schoolleiders. Want dat is precies hun opdracht: als trainer of inspiratieleider collega’s begeleiden in de leergang die in september 2026 van start gaat.
Niet de expert, maar de verbinder
Tijdens de pauze spraken we kort met de deelnemers. Wat opviel: ze zijn realistisch over hun rol. Een van hen verwoordde het kernachtig: “Je hoeft misschien niet letterlijk overal van op de hoogte te zijn. Maar als je een stuk van een expert uit je team krijgt, moet je het op waarde kunnen schatten en het in het geheel kunnen plaatsen.” Dat is precies de kern van curriculair leiderschap. Niet de schoolleider als inhoudsexpert op elk leergebied, maar als iemand die overzicht houdt, verbindingen legt en de koers bepaalt. Iemand die weet welke vragen te stellen en welke keuzes het team samen moet maken.
Kans en uitdaging tegelijk
De schoolleiders zien de nieuwe kerndoelen als een echte kans. “Ik zie het als een mogelijkheid om samen met je team naar de inhoud te kijken en de afstemming in het curriculum verder te verbeteren,” zei een van hen. Een ander: “Samen kijken hoe je onderwijskwaliteit kunt verbeteren en hoe dat past bij de leerlingen die je iedere dag in school hebt dáár word ik enthousiast van.”
Maar ze spreken ook open over wat moeilijk is. “De uitdaging is dat het veel is. Dat kan overweldigend overkomen. Dus je moet goed prioriteren: wat betekent dit voor mijn school, voor mijn leraren?” En een van de mooiste uitspraken van de dag: “Kijk niet alleen naar wat je gaat doen, maar ook bewust naar wat je waarschijnlijk níet gaat doen. Zo creëer je ruimte om het echt goed te doen.”
Schoolleiders leren het meest van elkaar
Dit programma is onderdeel van de Leergang Curriculair Leiderschap, een samenwerking tussen AVS en SLO, in het kader van de landelijke aanpak Curriculumimplementatie 2025–2031 met de PO-Raad en het ministerie van OCW. De leergang gaat weer van start in oktober 2026. De gedachte erachter: de beste begeleider is iemand die zelf de weg kent.
De zeven schoolleiders die op 25 maart in Utrecht zaten, worden de komende maanden verder toegerust om die rol te pakken. Niet als expert van bovenaf, maar als collega die begrijpt waar het in de praktijk om draait.
Waarom deze dag er voor mij toe deed
Als voormalig opleider van schoolleiders weet ik hoe groot de impact van een schoolleider is. Niet alleen op het team, maar op alle leerlingen binnen een school. Een schoolleider die leraren stimuleert, inspireert en ruimte geeft om te groeien, maakt het verschil voor honderden kinderen tegelijk. Daarom raakte deze dag mij.
De opmerking van één van de deelnemers beslecht voor mij een discussie die ik vaker hoor: kan een schoolleider op afstand blijven van de curriculaire inhoud? Mijn antwoord is nee. Je hoeft geen vakexpert te zijn op elk leergebied, maar je moet wel de stukken van je team kunnen beoordelen en in samenhang brengen met alles wat er speelt op jouw school. Dat is regie voeren.
Uit de NPQ-guidance (Professional development for school teachers and leaders – GOV.UK) naar leiderschap bij implementatie komen twaalf belangrijke lessen naar voren. Van ‘implementatie is nooit af’ tot ‘het schoolklimaat beïnvloedt implementatie, en implementatie beïnvloedt het schoolklimaat’. Wat me telkens treft: bijna alle lessen vragen om een schoolleider die één ding doet: present blijven. Sturen én verantwoordelijkheid delen, trouw blijven aan de kernprincipes, beslissingen baseren op betrouwbare gegevens en voortdurend checken of de implementatie past bij de visie van de school. Dat is geen bijzaak dat ís het leiderschap.
Mijn wens is dat wanneer schoolleiders andere schoolleiders gaan ondersteunen en bij elkaar gaan kijken, dit de hele beroepsgroep ten goede komt. Maar het moet wel haalbaar blijven, voor de schoolleider zelf, voor het team en voor de school. Focus houden en regie bewaren: dat is de opgave. Voor de zeven schoolleiders in Utrecht, en voor iedereen die hen straks volgt.