Weet wie je bent

Stap een willekeurige school binnen en kinderen willen weten wie je bent. Je komt namelijk in hun wereld.

Niet eens zo heel lang geleden stapte ik een willekeurige school binnen en ik voelde vele blikken op mij gericht. Ook vanuit hoeken waar ik geen kinderen vermoedde. Soms denk ik dat kinderen het gewoon ruiken als een vreemdeling door hun school loopt.

Een leerling uit groep 5, althans ik meende te zien dat hij uit groep 5 kwam, keek mij vrijmoedig aan en vroeg vrolijk of ik misschien de nieuwe directeur was. Ik schudde mijn hoofd en fluisterde:

            ‘Ik mag het niet zeggen, maar ik ben de nieuwe koning.’

Het ontglipte me.

Het kind keek me aan, leek even na te denken over mijn ontboezeming en huppelde daarna weer terug de klas in.

            ‘Op de gang loopt de nieuwe koning!’, hoorde ik.

De juf kuchte en keek met gefronste wenkbrauwen mijn kant op. Ik haalde mijn schouders op en liep tevreden door.

Ik ben ook weleens gevraagd of ik de burgemeester was. Die vraag zette mij destijds aan het denken. Hoewel ik goed rekende, vroeg ik me wel af welke identificatie zich hier manifesteerde. Was het mijn omvang, mijn voorkomen, het oude hoofd?

Of had ik last van mijn eigen percepties en had ik ook prinses Elsa* kunnen zijn? Ik zou die vraag overigens ook goed hebben gerekend. Weet wie je bent, hield ik vroeger – toen ik nog voor de klas stond – mijn leerlingen voor. Weet wie je bent, laat je kennen en vertel er over.

Vertellen deed ik graag en veel. De kinderen vroegen er ook om.

Om niet steeds hetzelfde verhaal te vertellen – leraren hebben zo hun voorkeuren – liet ik de leerlingen kiezen uit de volgende thema’s:

  1. De meester als piraat – toen hij het nogal aan de stok had met Blauwbaard en Bloody Mary.
  2. De meester als geliefde van een keizerin uit een ver en vreemd land.
  3. De meester als dappere soldaat die vocht voor volk en vaderland.
  4. De meester als zeeman die verre landen aandeed, vocht tegen de Armada van Spanje of zeemonsters aan het einde van de wereld.

Ik kreeg indertijd vragen van ouders.

Als ik in een periode teveel vertelde over mijn tijd als piraat, wezen de leerlingen op de inconsistentie in mijn verhalen.

            ‘U vocht tegen Bloody Mary, maar waarom kregen jullie dan verkering?’
            ‘Was de keizerin van Mesopotamië niet jaloers op Mary? En wat vond Blauwbaard daarvan?’
            ‘Was u nou zeeman of piraat?’
            ‘U kon met blote handen een haai aan?’

Hoe sterker de verhalen, hoe meer de leerlingen smulden.

Bij het gevecht met de haai verloor ik een arm, die niet veel later op wonderbaarlijke wijze weer was aangegroeid. Met één arm vechten tegen Bloody Mary was onbegonnen zaak. De kinderen snapten dat wel. Een meester met één arm, het zag er ook niet uit.

Het maakt voor kinderen eigenlijk helemaal niet uit of je nou een koning bent, een prinses of een piraat. Als je maar weet wie jíj bent en niet zomaar voorbijgaat aan de kinderen.

* Elsa is het lieve kind uit ‘Frozen’, film van Walt Disney Animation Studios, 2013