
Anton1, een prachtkereltje van tien jaar dat ik in de klas had in het eerste jaar dat ik in het speciaal basisonderwijs werkte, was slim. Gek op en goed in woordgrappen, maar hij kampte met forse gedragsproblematiek. Soms werd hijzelf (en de rest van de klas inclusief mijzelf) overvallen door zijn heftige en creatieve scheldpartijen als de situatie te ingewikkeld voor hem werd. Gelukkig was Anton gek op Donald Ducks. Daar genoot hij niet alleen van, het maakte hem ook rustig. Met zijn ouders was afgesproken dat hij bij wijze van time out soms even een Donald Duck las tijdens de les. En dat werkte.
Anton heeft me nooit meer losgelaten. Ik heb vaak aan hem gedacht, vroeg me regelmatig af hoe het nu met hem was. Anderhalf jaar geleden kreeg ik een bericht van hem via Facebook: hij vroeg zich af hoe het met míj was! We stuurden wat berichtjes heen en weer en al gauw nodigde hij mij uit om een keer bij hem te komen eten. We kwamen al snel tot een afspraak.
Ik wilde iets voor hem meenemen maar vroeg me af wat. Ik kende Anton immers niet als volwassen man. Hij moest nu halverwege de dertig zijn en ik had hem dus zo’n 25 jaar niet gezien. Mijn vrouw zei: “Wat is het eerste waaraan je denkt als je aan Anton denkt?” Ik antwoordde meteen en beslist: “Donald Duck.” “Dan koop je toch een Donald Duck voor hem?”
Met twee Donald Duck albums onder mijn arm, ingepakt in plastic folie, belde ik aan bij Anton. Ik was benieuwd of ik hem nog zou herkennen. Ik zag een stralend gezicht en kreeg meteen een dikke knuffel. We liepen de kamer van zijn appartement binnen en mijn oog viel op een grote vitrinekast… vol met Donald Ducks! Ik gaf hem de albums, Anton keek ernaar en zei (gelukkig!): “Ah, deze heb ik nog niet.”
Anton, het aandoenlijke mannetje van toen, nu een volwassen kerel die een heerlijke maaltijd had bereid en met wie ik nu aan een lekker speciaal biertje zat. “Weet je waarom ik jou graag wilde uitnodigen?”, vroeg hij. “Ik wil je laten zien dat ik bijna normaal ben. Ik heb mijn leven nu zo’n beetje op orde: ik woon sinds kort niet meer begeleid, heb dingen die niet goed waren uitgeprobeerd, maar ben er gelukkig weer vanaf, ik heb een baan, een auto… ik ben alleen nog op zoek naar een vriendin, dan ben ik normaal.” Ik kreeg een brok in mijn keel.
“Oh ja… en wat ik ook nog wilde zeggen. Ik werd laatst geraakt door een lied over kinderen en moest aan jou denken. Ik weet dat je destijds moeite had met kinderen krijgen en dat ik daar toen een rotopmerking over heb gemaakt. Daar wil ik mijn excuses voor aanbieden.” Met tranen in mijn ogen zei ik: “Dat geeft niet man, ik begreep het toen wel van jou, als je boos was, zei je soms dingen…” “Daar geloof ik niks van, natuurlijk heeft je dat geraakt!”
Ik ga Anton zo meteen een appje sturen… we moeten nodig weer wat samen drinken.
[1] Deze naam is gefingeerd