De laatste Staat van het Onderwijs (2024) heeft veel losgemaakt in diverse media. Klinkende cijfers, maar het blijft ploeteren. Als we tenminste de koppen in de kranten moeten geloven. Vandaag schreef iemand dat het nog nooit echt goed geweest is in het onderwijs. Elk jaar bleek weer hoe ellendig het gesteld is in ons werk; je zou er onderhand moedeloos van worden. Wie wil er nog werken in zo’n zinkend schip?

Het antwoord zijn wijzelf.

We moeten namelijk per direct ophouden met dit gejeremieer. We bevestigen daarmee het hardnekkige imago van het onderwijs. Zolang we de accenten blijven leggen – én laten leggen – op de ontwikkelpunten en voorbijsnellen aan al het goede in ons onderwijs, blijft het dweilen met een lekkende kraan.

Die lekkende kraan betreft de gehele lijn in het funderend onderwijs: van beleidsbepalers, curriculumschrijvers tot aan de uitvoerenden – wij dus – zitten boordevol chagrijn. Deels opgelegd – want nooit goed – maar deels ook vanuit onze eigen percepties. Met afhangende schouders, uitgebluste ogen, futloos haar en weinig kleur op de wangen geven wij invulling aan het meest fundamentele werk in ons land.

Wij gaan onze kinderen voor in verzuchting en zelfbeklag. We zijn aangeschoten wild als ons de maat genomen wordt – hoe onredelijk dan ook.

In plaats van de rug te rechten en vanuit rotsvast bewustzijn en grenzeloos zelfvertrouwen de waarnemers van inhoudelijke repliek te dienen en hen te wijzen op het vele moois in onze scholen, kunnen we slechts mompelen:

            ‘Zie je wel, het is weer niet goed! Ik werk me het snot voor de ogen en dan krijg je dit! Waar doe ik het toch voor?’

Het chagrijn helpt ons niet verder. Het onderwijs is daar niet bij gebaat en zeker de kinderen niet. Zij denken wel twee keer na om ook in het onderwijs te willen gaan werken. Het is regelrecht hel in het onderwijs en we doen te weinig om dat beeld te keren.

Waar zijn alle goede verhalen en hoopgevende voorbeelden van goed onderwijs? Waarom horen we te weinig van hen die het onderwijs fantastisch vinden? Waar zijn de resultaten waarmee je de boer op kunt?

Oh, wacht! Die zijn er.

Nota bene in de laatste Staat staat dat onze leerlingen genoeg leren, goed les krijgen en zich veilig voelen. Mensen, dan zijn we meer dan geslaagd in ons werk!

Is het dan zo ‘des onderwijsch’ dat we dit te weinig benoemen en accepteren dat onze scholen in hun aanbod nog onvoldoende scoren? Is het onze ‘Calvinistisch-puriteinse’ volksaard van sober zijn en hard werken die ons parten speelt – genieten leidt alleen maar af? Of schiet ik weer eens door in mijn verontwaardiging?

Ik kreeg vroeger de mooiste tekeningen van mijn dochters, vooral als ik hun tekenkunsten benadrukte. Volkomen onbelangrijk als er niet binnen de lijntjes gekleurd werd. Soms zag ik niet eens wat er getekend was en waren kleurcombinaties en stiftgebruik onnavolgbaar. En als er met watervaste stift op de kinderstoel getekend werd, maakte ik er een foto van. Voor later.

Mijn kinderen zijn nu volwassen en maken allang geen kindertekeningen meer. Er is dus ontwikkeling geweest, zonder dat ik hen gewezen heb op datgene wat niet goed ging.

Heel veel gaat er goed in het onderwijs en onze leerlingen zijn volop in ontwikkeling. En juist dat moet benadrukt worden. De rest* is weliswaar geen bijzaak, maar wel ondergeschikt hieraan.

Om al het negatieve van ons af te schudden, moeten we vooral uitgaan van al dat goede. Vanuit aanstekelijk optimisme en positieve professionaliteit werken we voortvarend aan het verbeteren van wat al vreselijk goed gaat in het onderwijs. Alle andere verbeterpunten gaan dan vanzelf mee.

Dan komt er ook meer kleur in ons gezicht, gaan de ogen weer fonkelen.

In ons werk werkt die grote glimlach veel beter.