
“Hoe het er in de klas aan toegaat, het ligt nooit aan de kinderen,” hoorde ik onlangs René Peeters zeggen op een symposium. Het was precies dezelfde boodschap die ik hoorde van mijn nieuwe directeur toen ik in het speciaal basisonderwijs ging werken: “Hier kun je niet meer zeggen dat het aan het kind ligt, want ze zitten hier niet voor niks. Je kunt wel je eigen handelen aanpassen.”
Hoe zit dat met ouders? Geldt daar niet hetzelfde voor? “Ja, maar ouders zijn geen kinderen. En van ouders mag je respect en vertrouwen verwachten.” Dat is waar, en gelukkig zijn er veel ouders die zich constructief opstellen naar de school, je professionaliteit respecteren, in jouw ogen realistisch over hun kind praten enzovoort. Maar omdat de school te maken heeft met alles wat we ook in de samenleving tegenkomen, hebben we ook te maken met ouders die ingewikkeld, soms héél ingewikkeld, gedrag vertonen.
“Training lastige ouders: Volg deze 1-daagse cursus en leer omgaan met lastige ouders en korte lontjes”: dit bericht kreeg ik doorgestuurd van een docent die het in zijn mailbox ontving van een trainingsbureau. Of neem het boek ‘Lastige ouders, moeilijke leerlingen. 99 Tips’ van Hans Kaldenbach (2019), met tips zoals: “Benadruk uw vakmanschap, gebruik daarbij positieve termen.” Met letterlijke zinnen toegevoegd die je dan kunt zeggen: “De situatie waar we het nu over hebben, daar hebben we met vier collega’s over gesproken. We nemen niet zomaar een maatregel. En: Wij gaan de hele dag om met jongeren, wij zijn niet gek, ons team heeft in de loop der jaren veel vakmanschap opgebouwd.”
Met deze aanpak help je een leerkracht niet verder:
Samenwerken met ouders is een vak apart, of beter gezegd: het hoort bij je vak, want dat is inherent aan het werken met kinderen. Het vraagt om belangrijke competenties waarover elke leerkracht dient te beschikken. Deze competenties kun je niet reduceren tot een soort assertiviteitstraining (“Leer omgaan met lastige ouders…”) of 99 assertieve tips. Werken aan ouderbetrokkenheid is allereerst werken aan je beroepshouding en -kennis, die basis moet op orde zijn. En dat begint met zelfreflectie: wat zijn mijn sterke en zwakke punten in mijn samenwerking met ouders? Waarom ben ik niet opgewassen tegen deze ouder? Waarom maakt deze situatie mij eigenlijk zo onzeker?
Ouders kunnen we niet veranderen. We kunnen onszelf wel professioneler maken om met alle ouders om te leren gaan. En als je sommige ouders als lastig ervaart, besef dan: juist deze ouders zijn je beste adviseurs. Of ze hebben een punt, of ze leren je (nog beter) grenzen stellen.