Ferdinand

Wat we er allemaal ook van vinden, de scholen gaan weer open. Onlangs werd dat verlossende woord gesproken en ons gevoel wist niet welke kant op te gaan. Het ging van ‘Goddank!’ naar ‘Oh hemel, wat nu?’ Onderwijsouders slaakten zuchten van verlichting, oudere onderwijzers staarden bezorgd voor zich uit.
 
De scholen gaan weer open en in de gangen, op het plein en in de klassen, zal de schaterlach weer klinken van onze kinderen die we al zolang niet meer hebben gezien. Behalve dan bij de voordeur als nieuw huiswerk werd gebracht of online als breuken en procenten werden uitgelegd.
 
We hebben die lach zo ontzettend gemist.
 
Toen acht weken geleden de scholen dicht gingen, wisten we eigenlijk niet goed wat we moesten gaan doen. Geef ons 35 leerlingen en we weten het precies. Maar thuisonderwijs? Zoomen – nee, zoomen – met onze leerlingen, geen idee. Dus we deden het gewoon. Bovenaan beginnen en we zien wel waar we tegenaan lopen.
 
Nu de scholen weer open gaan, zitten we met een vergelijkbaar gevoel.
 
We kennen de opstart na een zomervakantie. We weten waar we gebleven zijn na een Kerstvakantie. We snappen dat we het rustig aan moeten doen na een Koningsdag of Carnaval. Maar een opstart als deze kennen we nog niet.
 
De scholen mogen dan wel weer opengaan, de omstandigheid is nog niet wezenlijk anders. Nog steeds is er geen echte grip op het corona-virus, nog steeds weten we niet wat het gaat doen en houden we rekening met een ‘tweede golf’. Hoe hoopvol alle berichtgeving de laatste dagen ook is, het blijft spannend om in grote groepen bij elkaar te komen.
 
Ook al is het merendeel daarvan onze kinderen.
 
Wat al weken gaande is, valt binnen de kenmerken van ‘crisismanagement’. We hebben te maken met een omstandigheid die we niet kennen of niet goed genoeg kennen – maar waarin wel adequaat gehandeld moet worden. Er staan levens op het spel, terwijl het leven gewoon lijkt door te gaan. Elke interventie die gedaan wordt, heeft gevolgen voor mens en samenleving. Kies je voor het ene, sluit je wellicht het andere uit. Er moeten keuzes gemaakt worden zonder precies te weten wat de effecten daarvan zullen zijn.
 
En als er een ding is dat een mens in een dergelijke omstandigheid wil, is het ‘het precies weten’.
 
We zullen pas aan het einde weten of we het goed hebben gedaan.
 
Maar juist nu – nu we het allemaal niet precies weten – is het van belang dat we, gezien de bijzondere omstandigheid waarin we verkeren, gevoel hebben voor elkaar en de overwegingen die we maken. Juist nu – bij het opengaan van de scholen – moeten medewerkers elkaar kennen en van elkaar weten waar het spannend is. Of zelfs ondoenlijk.
 
Iedereen heeft in een tijd als deze een eigen verhaal, eigen afwegingen, zorgen en onzekerheden. En vraagt zich wellicht af hoe collega’s daarover denken. En dat wordt mijn punt in deze column: heb geen oordeel!
 
Oordeel niet als de ander andere opvattingen heeft of een ander besluit neemt. Oordeel niet als er fouten worden gemaakt – want mensen, die worden gemaakt bij bosjes. Los van deze situatie roep ik zelfs op tot het maken van fouten – als we er maar van leren. Het liefst in gezamenlijkheid. Het liefst met een schaterlach.
 
Een tijd als deze vraagt om leiderschap, geduld, liefde en collegialiteit. Tel tot dertig, tel drie keer tot dertig en rol nooit met de ogen. Wees oplossingsgericht, ook als het soms niet lijkt te lukken. We zullen in de komende tijd nog veel momenten meemaken, die alleen samen opgelost kunnen worden. Schrik niet van fricties – want we blijven mensen.
 
Ook bij fricties geldt: uitspreken én oplossen.
 
Toen acht weken de scholen dichtgingen, hebben we ook gedaan wat er gebeuren moest. Dat gaan we bij het opstarten ook weer doen. Uiteindelijk kunnen we ook niet anders.
 
Willen we ook niet anders.

14 mei 2020