Ferdinand

Stel je voor dat onze schoolgaande kinderen – die nu thuis allemaal vreselijk hun best doen aan de keukentafel – zouden meelezen op podia als LinkedIn en Twitter. Stel je voor dat zij het laatste nieuws vernemen op sites van overheid en inspectie.

Stel je toch eens voor dat zij zouden ontdekken dat zij voor de katse k de taalles maken die juf Ans online heeft klaargezet. Dat zij zouden ontdekken dat niet de taalles wordt gemaakt, maar de ‘achterstand’.

Stel je voor dat onze kinderen ontdekken dat zij nu al de ‘Corona-generatie’ worden genoemd en niet zonder achterstanden uit de crisis zullen komen. Dat zij nu al als verloren mogen worden beschouwd.

Ik zou, aan de keukentafel gezeten, gek worden. Ik zou de laptop dichtklappen met alle gif in me. Ik zou boeken en pennen in de hoek van de keuken smijten, de kop warme chocomelk er achteraan. Ik zou boos zijn op mijn moeder, op mijn juf, op heel de wereld.

Want ik kwam erachter dat ik een verloren kind was. Met enorme achterstanden.

Waar wordt de hooghartigheid vandaan gehaald om onze kinderen zo te classificeren? Waar halen we de laatdunkendheid vandaan het werk van onze mensen in het onderwijs af te doen als het dragen van water naar de zee?

We zitten in een wereldwijde crisis, ons leven is even stilgezet en houdt schichtig zijn adem in. Wij houden allemaal onze adem in – onze kinderen voorop – en stellen nu al vast dat deze adempauze ‘achterstanden’ genereert. Nee, niet ten opzichte van elkaar – want we staan allemaal even stil. Nee, we lopen achter op schema’s en modellen die al enige tijd toe waren aan bijstelling. We raken achterop omdat we verzuimen de onderwijsnormen aan te passen aan nieuwe tijden. We vergeten de weegschaal te herijken en schrikken van ons gewicht.

We vergeten dat onze kinderen een andere groei doormaken aan de keukentafel. Dat zij groeien ondanks ons bestel, ondanks deze tijd. Zij vergaren kennis op andere manieren, omdat andere omstandigheden daar om vragen. Onze kinderen stoten hun neuzen aan andere deuren. Maar ontdekken wel hoe deze open gaan. Onze kinderen aan keukentafels nemen een voorsprong op zaken die wij niet kunnen benoemen, omdat deze niet passen in onze huidige opvattingen over onderwijskwaliteit.

In plaats van het stimuleren van deze verrassende groei in huiselijke sferen vertellen wij hen dat zij de ‘Corona-generatie’ zullen worden genoemd. Dat zij iets uit te leggen hebben wanneer zij gaan solliciteren. Cijfers, diploma’s; zij zijn gedegradeerd tot aandoenlijke artefacten. Onze kinderen waren destijds kansloos. Vanwege vermaledijde Corona.

Ongemerkt breken wij aan diezelfde keukentafel onze kinderen af. Hoe kan er gegroeid worden in zelfvertrouwen of in het vertrouwen in de goede afloop als de afloop al bekend is? Namelijk een afloop met grote achterstanden? We creëren zelf een idee dat we daarna opdringen aan onze kinderen.

Om onze kinderen niet langer te ontmoedigen, stel ik voor om nooit meer over ‘achterstanden’ te spreken. Ik stel voor om dit Zwaard van Damocles op te hangen in het museum van ons huidig onderwijsbestel. Zodat we onze kinderen erop kunnen wijzen.

‘Nee echt, we hebben toentertijd heel even gedacht dat er niets van jullie terecht zou komen!’

Op dit moment doen we onze kinderen en hun ouders, de juffen en meesters vreselijk tekort. Als we al ergens achterstanden aan het opbouwen zijn, is het wel in relatie tot al het werk dat nu, ten tijde van crisis, gedaan wordt. Als alles weer achter de rug is – hoe relatief die gedachte – zullen we weer moeten gaan werken aan de opbouw van zelfvertrouwen en zelfrespect.

Deze wordt nu op LinkedIn, Twitter en op vele vooraanstaande websites te grabbel gegooid.