Vorige week verscheen het briefadvies van de Onderwijsraad over de relatie tussen ouders en school. De aanleiding is helder: die relatie staat onder druk. De centrale vraag aan de Onderwijsraad was dan ook: wat is er nodig om de samenwerking en het vertrouwen tussen ouders en scholen te versterken?

Het antwoord van de raad is interessant. We kijken volgens hem te gemakkelijk naar het gedrag van ouders, leraren en schoolleiders. Ook wet- en regelgeving heeft de verhouding tussen school en ouders veranderd. Ouders hebben meer individuele aanspraken gekregen, terwijl hun collectieve invloed binnen scholen is afgenomen. Bovendien heeft beleid ouders steeds meer in de positie van consument gebracht en scholen in die van aanbieder.

Dat is een belangrijke analyse.

En toch vind ik dit advies een gemiste kans.

Want wanneer de verhouding tussen ouders en school ingewikkelder wordt, neemt het belang van het professionele handelen van leraren en schoolleiders toe. De Onderwijsraad constateert zelf dat scholen investeren in professionalisering en dat er trainingen en boeken zijn om professionals te ondersteunen in hun omgang met ouders. Vervolgens verschuift het advies vrijwel volledig naar wetgeving, beleid en collectieve ouderdeelname.

Daarmee dreigt een merkwaardige tegenstelling te ontstaan: óf we zoeken het probleem in het gedrag van individuele ouders en professionals, óf we kijken naar het systeem. Maar waarom zouden we moeten kiezen?

Veel ontwikkelingen die de Onderwijsraad beschrijft, zijn bovendien niet uniek voor het onderwijs. Ook in de zorg zijn rechten versterkt, verwachtingen veranderd en zijn patiënten mondiger en meer consument geworden. Ook daar moeten professionals zich verhouden tot een veranderende maatschappelijke en juridische werkelijkheid. Professioneel omgaan met patiënten en hun omgeving is daarom een wezenlijk onderdeel van hun vak.

Nog dichter bij het onderwijs ligt de opleiding Social Work, profiel Jeugd. Daar leren toekomstige professionals vanaf hun opleiding om kinderen en jongeren in hun gezinscontext te begrijpen en professioneel met ouders en opvoeders samen te werken.

Waarom vinden we dat bij onderwijsprofessionals niet even vanzelfsprekend?

De veranderende maatschappelijke en juridische context vraagt om professionals die begrijpen wat er in de relatie met ouders gebeurt. Die weten hoe rollen zich tot elkaar verhouden. Die kennis hebben van bijvoorbeeld verwachtingen, cultuur, taal, gezinscontext en rechten en plichten. Die beschikken over vaardigheden om ook onder spanning het gesprek te voeren. En vooral: die in staat zijn kritisch te kijken naar hun eigen houding tegenover ouders. Samenwerken met ouders is geen verzameling communicatietrucjes. Het is een professionele bekwaamheid.

En precies daar zit voor mij de gemiste kans. De Onderwijsraad verwijst naar trainingen, leergangen en boeken. Maar daarmee blijft het professioneel samenwerken met ouders vooral iets waarin onderwijsprofessionals zich later kúnnen bijscholen. Dat is te vrijblijvend voor een onderdeel van het vak dat iedere onderwijsprofessional dagelijks raakt. Dit hoort thuis in de basisbekwaamheid van iedere onderwijsprofessional. In de opleiding én in de verdere professionele ontwikkeling.

De vraag is daarom fundamenteler: waarom leiden we onderwijsprofessionals niet vanaf het begin op voor dit belangrijke deel van hun vak? Daarom pleit ik voor parentagogiek: naast pedagogiek nadrukkelijk aandacht voor het vakmanschap dat nodig is in het professioneel handelen met ouders. Niet als nieuwe methode of protocol, maar als kennisgebied waarin kennis, vaardigheden, attitude en ethiek samenkomen.

Opvallend genoeg verwijst de Onderwijsraad naar ons Manifest Ouderbetrokkenheid is niet genoeg, maar laat zij de vraag liggen wat professionals moeten kennen, kunnen en laten zien in hun omgang met ouders.

Wet- en regelgeving zijn belangrijk, maar uiteindelijk wordt de relatie tussen school en ouders bepaald door het dagelijks handelen van professionals. Kijk daarom niet alleen naar het systeem.

Veranker het professioneel samenwerken met ouders in de opleiding én verdere professionalisering van iedere onderwijsprofessional.

Dát had in dit advies niet mogen ontbreken.