De dagen worden weer korter en als ’s morgens de wekker om half zes gaat, is het nog donker. Om kwart voor zes zit ik zwijgend aan tafel, lees ik het nieuws, eet ik mijn ontbijt, maak ik koffie voor onderweg, zoek ik de autosleutels. Om vijf voor half zeven zit ik in de auto. Tot zover niets aan de hand.

Als ik anderhalf uur later aankom op de plaats van bestemming, het ochtendgloren overgegaan is in het krieken van de dag, zie ik dat Arie, mijn vrouw, mij een berichtje heeft gestuurd. Zo vroeg op de dag, dan is er iets met de kinderen of haar moeder.

Ik lees:

‘Lieve Fred,

Het is weer die prachtige tijd van het jaar. De periode waarin tradities hun intrede doen, kleine rituelen die we samen zo koesteren en die ons leven net dat beetje extra glans geven. Het voelt vertrouwd, warm en fijn.

Tegelijkertijd merk je dat de zomer zich langzaam, maar zeker terugtrekt. De dagen worden korter, het licht verandert en daarmee ook de sfeer in huis. Gisteren las ik toevallig op het nieuws van NOS dat we nu al zo’n twee minuten zonlicht per dag verliezen. Twee minuten, het is bijna niets, maar je merkt het meteen in onze nachten, in de koelere ochtenden en hoe het licht door de ramen ons huis binnenvalt.

Ik vraag me af of die twee minuten vooral in de vroege ochtend wegvallen. Eerlijk gezegd weet ik dat niet, want ik lig dan meestal nog heerlijk op één oortje in een heerlijk bed, terwijl jouw wekkertje alweer trouw drie dagen per week afgaat. Het werk is weer begonnen.

En toch dacht ik: misschien is er een klein moment voor jou om, voordat je naar het mooie en nobele werk in Lelystad vertrekt, even de lampjes in ons fijne huis uit te doen. Het is een klein gebaar, maar maakt een groot verschil in het ritme van de dag. Wat denk je, lief? Wat heb jij van mij nodig om dat mogelijk te maken?

Verder hou ik voor altijd en eeuwig zielsveel van je.’

Ik app direct terug: ‘Ik heb teveel lampen aangelaten?’

Arie: ‘Ja!’

Niet veel later betrek ik dat deze manier van feedback geven – is het feedback? – op mijn werk in het onderwijs. Feedback, boordevol psychologische en relationele factoren, werkt het best als de omgeving veilig is, dat het schuren niet ten koste gaat van relatie of collegialiteit. Want feedback schuurt altijd. Feedback is niet het afzeiken van elkaar, het is geen vrijbrief om eens ongegeneerd je gal te spuwen over de collega die je toch al niet mag. Feedback geven én ontvangen zijn vaardigheden, feedback moet je oefenen. Het helpt de ander dat jij weet dat het ontvangen van feedback niet eenvoudig is. Wees dus zorgvuldig in het geven ervan.

Het ontvangen is lastig omdat kritiek vaak als een aanval op het ‘zijn’ ervaren wordt. Het grote onderwijshart of zorghart speelt dan op en belemmert het zicht op wat de ander eigenlijk zegt. De eerste reflexen zijn die van zelfverdediging of ontkenning – heel menselijk. Feedback maakt kwetsbaar; je hebt blijkbaar iets niet goed gedaan of nog erger: de ander vindt iets van je. Vreselijk! Je hoort in feedback dan ook alleen de negatieve dingen, waardoor het allemaal nog dieper binnenkomt.

Terwijl de gever ervan dit vaak niet zo bedoelt.

Wetende dat de mens niet gebouwd is voor het ontvangen van feedback, is het handig om het geven ervan daarop af te stemmen. Door bijvoorbeeld feedback te geven als er om gevraagd wordt. Soms is het geven van feedback helemaal niet nodig en blijkt het enkel projectie van persoonlijk ongenoegen te zijn. Het is verstandig vooraf te bespreken wat er gezamenlijk verstaan wordt onder ‘feedback’ – scheelt een hoop herstelgesprekken naderhand.

Als feedback wel nodig is, doe het dan concreet, kernachtig en constructief, waarbij wederkerigheid nadrukkelijk aanwezig is. Feedback is een instrument voor persoonlijke ontwikkeling in een lerende en veilige organisatie, het is tweerichtingsverkeer waar iedereen beter van wordt.

Iemand herinneren aan een afspraak die niet nagekomen is, is geen feedback. Dat is gewoon iemand herinneren aan een afspraak die niet nagekomen is. En als iemand volhardt in het niet nakomen van afspraken, kan de specifieke toevoeging een prima optie zijn:

            ‘Je hebt de lampen weer aangelaten, Janbal!’

Arie is eigenlijk veel te lief.