Berichten

Wie doet wat bij de geactualiseerde kerndoelen?

AVS ondersteunt jou als schoolleider bij het werken met de geactualiseerde kerndoelen op je school. Samen met de PO-Raad organiseren we bijeenkomsten, zoals roadshows en masterclasses. Ook delen we handreikingen en inspirerende voorbeelden uit de praktijk. Het Ministerie van OCW is opdrachtgever van de geactualiseerde kerndoelen. SLO heeft de kerndoelen ontwikkeld.

Waarom zijn de kerndoelen actualiseerd?

De vorige kerndoelen stammen uit 2006 en worden door onderwijsprofessionals als te breed en vaag gezien. De geactualiseerde kerndoelen zijn concreter, en zijn onderverdeeld in aanbods-, beheersings- en ervaringsdoelen. Wil je meer lezen over de veranderingen? Lees de interviews op de website van SLO. 

Moeten scholen een compleet ander onderwijsaanbod samenstellen?

Dit is aan de scholen zelf, maar de verwachting van de AVS is dat de geactualiseerde kerndoelen een impuls geven aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit. De kerndoelen zijn een mooi startpunt om het gesprek te voeren over de visie op goed onderwijs. Deze visie is vervolgens de basis voor het ontwikkelen van een curriculum waar de kerndoelen voor ongeveer 70% onderdeel van uitmaken. De overige 30% kunnen scholen invullen op een manier die aansluit bij de eigen visie.

Per wanneer start de Inspectie van het Onderwijs met handhavend toezicht op de geactualiseerde kerndoelen?

Het handhavend toezicht start in het schooljaar 2031/2032. Schoolorganisaties hebben dus nog een aantal jaar om de geactualiseerde kerndoelen te implementeren. Scholen die op tijd beginnen, profiteren daar later in het proces van. Zij hebben de tijd om eerst rustig te experimenteren met de geactualiseerde kerndoelen.

Wat is een onderwijsnummer?

Sofinummer, burgerservicenummer, persoonsnummer, onderwijsnummer, persoonsgebonden nummer… begrijp jij het nog?

Elk kind in Nederland dat ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen (BRP) heeft een burgerservicenummer (BSN), soms ook wel persoonsnummer genoemd. Vroeger heette dat het sofinummer. Het burgerservicenummer is tevens het onderwijsnummer van een leerling of student. Tegenwoordig spreekt met liever van persoonsgebonden nummer (PGB) in plaats van een onderwijsnummer. In het basisonderwijs en op de speciale scholen is de registratie met het onderwijsnummer (persoonsgebonden nummer) sinds het schooljaar 2010-2011 een feit.

ROD en DUO

Sommige kinderen hebben door omstandigheden geen burgerservicenummer, bijvoorbeeld kinderen van asielzoekers. Ook leerlingen en studenten die niet in Nederland wonen en niet staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen, hebben geen BSN. Als iemand (nog) geen BSN heeft, dan wordt een tijdelijk onderwijsnummer (persoonsgebonden nummer) gebruikt. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) maakt dit tijdelijke nummer voor de school aan.

Voor het onderwijs gebeurt de registratie van een leerling of student bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in het zogenaamde Register Onderwijsdeelnemers (ROD) (voorheen Basisregister Onderwijsnummer (BRON)). Het onderwijsnummer (persoonsgebonden nummer) blijft gedurende de gehele schoolcarrière hetzelfde. Zo kan de schoolloopbaan van elk kind vanaf de basisschool worden gevolgd.

CBS

Interessant weetje: bij het CBS wordt het burgerservicenummer, het onderwijsnummer en andere identificerende persoonskenmerken vervangen door een willekeurig volgnummer, zodat het voor interne en externe onderzoekers niet duidelijk is om wie het gaat, maar wel dat het bij koppeling van bestanden om dezelfde leerling/student gaat.

Welke gegevens zijn van belang bij de inschrijving van een leerling?

Je moet een leerling inschrijven in je leerlingenadministratiesysteem (LAS). Nota bene: dat kan alleen als je weet dat deze leerling binnen één jaar op jouw school komt, in de praktijk betekent dit dat je een jonge leerling pas na zijn derde verjaardag kunt inschrijven.

Artikel 40b WPO gaat over de door de ouders te verstrekken gegevens bij toelating.

Artikel 40b lid 1: “Toelating van een leerling kan slechts plaatsvinden nadat de ouders de gegevens betreffende de geslachtsnaam*, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer* van de leerling hebben overgelegd. De ouders overleggen deze gegevens door middel van een van overheidswege verstrekt document**, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.”

*Geslachtsnaam = achternaam. Met persoonsgebonden nummer wordt bedoeld: het burgerservicenummer (BSN) of het onderwijsnummer.

**Denk daarbij aan een van de volgende documenten:
– paspoort;
– identiteitskaart;
– geboortebewijs;
– afschrift van de persoonslijst die bij de geboorte door de gemeente wordt verstrekt;
– uitschrijfbewijs (niet ouder dan 6 maanden).

Onderwijsnummer

Als de ouders aannemelijk maken dat zij geen persoonsgebonden nummer van hun kind kunnen overleggen, dan kan toelating wel plaatsvinden, maar geeft het bevoegd gezag, binnen twee weken na het besluit tot toelating, aan het ministerie (DUO) de beschikbare gegevens van de leerling door, inclusief adres en woonplaats en, indien aanwezig, het leerlingadministratienummer.

Binnen acht weken na ontvangst van deze melding verstrekt het ministerie aan het bevoegd gezag het burgerservicenummer van de leerling, of – indien blijkt dat de leerling geen burgerservicenummer heeft – het onderwijsnummer van de leerling. Het onderwijsnummer is een door de minister uitgegeven en aan de leerling toegekend persoonsgebonden nummer.

Voor de volledigheid vermelden we dat burgerservicenummer en onderwijsnummer van een leerling in principe identiek zijn. Daarmee is niet gezegd dat elk onderwijsnummer ook een burgerservicenummer is!

Nota bene. Van een identiteitsbewijs van de leerling mag je vanwege de AVG geen kopie bewaren.

Hoe is de inzage en correctie leerlinggegevens geregeld?

Ouders hebben het recht om de gegevens over hun kind in te zien (inzagerecht). De ouder maakt hiervoor een afspraak met de school. Terwijl de ouder de gegevens inziet, blijft iemand van de school aanwezig.
Ouders hebben ook correctierecht. De ouder kan de school vragen verkeerde gegevens in het leerlingdossier van hun kind te verbeteren of te verwijderen.

Ook kinderen van 12 jaar en ouder hebbe inzage- en correctierecht! Nota bene: dat geldt vanaf 1 september 2026 (Verzamelwet gegevensbescherming, c.q. Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming artikel 5).

Als een ouder niet meer het ouderlijk gezag meer heeft (bijvoorbeeld na een echtscheiding), dan moet de school deze ouder toch inzage geven in de leerlinggegevens over zijn/haar kind. Dit staat in het Burgerlijk Wetboek. De ouder moet dan zelf het initiatief nemen en jou actief om deze informatie vragen.

Hoe moet er gehandeld worden als een leerling na zomervakantie op school komt?

Bezoekt een leerling je school voor het eerst op de 1ste schooldag na de zomervakantie? Dan schrijf je de leerling in met ingang van 1 augustus.

Er is een uitzondering voor leerlingen die tussen 1 augustus en de 1ste dag van het schooljaar vier jaar worden. Deze leerlingen schrijf je in op de datum waarop de leerling voor het eerst onderwijs volgt op je school. In de praktijk is dat dan de 1ste schooldag na de zomervakantie.

Hoe zit het als een andere inschrijfdatum wordt gehanteerd?

Komt de leerling op een andere datum voor het eerst op je school? Dan schrijf je de leerling in per de datum waarop de leerling voor het eerst onderwijs op jouw school volgt. Het is niet mogelijk om een leerling in te schrijven per een datum die in het weekend of in een schoolvakantie valt. Je moet de leerling immers inschrijven per de 1ste dag dat hij onderwijs op jouw school volgt.

Hoe moet er gehandeld worden als een leerling van een andere school komt?

Komt de leerling van een andere school? Dan heb je een uitschrijfbewijs nodig van de vorige school. Je moet de inschrijfdatum binnen één week schriftelijk aan de oude school doorgeven. De oude school moet de uitschrijfdatum zo nodig aanpassen zodat deze aansluit op de inschrijfdatum van de nieuwe school.

Is er geen uitschrijfbewijs of is het uitschrijfbewijs ouder dan zes maanden? Dan is een recente verklaring van de ouders of verzorgers ook goed. In deze verklaring moet staan dat de leerling in de zes maanden voor de inschrijfdatum niet op een andere school stond ingeschreven. Het uitschrijfbewijs of de ouderverklaring neem je op in je administratie.

Moet een aanmelding uitgewisseld worden met het ROD?

Een aanmelding wissel je niet uit met het ROD. Pas als je de leerling inschrijft, ga je gegevens uitwisselen. Nota bene: je kunt een leerling pas inschrijven als hij/zij binnen één jaar naar jouw school komt (voor jonge leerlingen: vanaf hun derde verjaardag).

Inschrijving bij het voortgezet (speciaal) basisonderwijs

Hiervoor gelden aanvullende regels.
– Inschrijvingsgegevens speciaal basisonderwijs.
– Inschrijvingsgegevens speciaal onderwijs.
– Inschrijvingsgegevens voortgezet speciaal onderwijs.

Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen: doel?

De voorschriften voor de Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen vind je in artikel 6.10 CAO PO.

Doel

De bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage is bedoeld om het werk op scholen met een groter risico op onderwijsachterstanden aantrekkelijker te maken en om op die manier (het herstel van) kansengelijkheid te bevorderen.

De bekostiging wordt geregeld in de Regeling bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2026. Het is een extra beloning voor al het personeel op de vestigingen waarvoor het schoolbestuur de extra bekostiging arbeidsmarkttoelage ontvangt. Op de website van DUO is op te zoeken welke vestigingen dit zijn. Voor meer informatie en een link naar DUO: kijk op de website van de PO Raad.

Het is niet de bedoeling dat de middelen gaan naar personeel op vestigingen waarvoor OCW géén extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage heeft toegekend of naar andere doelen!

Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen

De voormalige arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is inmiddels opgenomen in de CAO PO als Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen en in de CAO VO als Arbeidsmarkttoelage scholen met relatief veel kwetsbare leerlingen. De regels zijn vooralsnog dezelfde als de regels die golden voor de arbeidsmarkttoelage NPO. Zie CAO PO artikel 6.10 en CAO VO artikel 3.10.

Hoe wordt ervoor gezorgd dat het geld echt bij de medewerkers terechtkomt?

Personeelsleden kunnen op de website van DUO zien of extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage is toegekend aan de vestiging waar hij/zij werkzaam is. De PGMR (primair onderwijs) en de PMR (voortgezet onderwijs) moeten vervolgens instemmen met de hoogte van de arbeidsmarkttoelage binnen het bestuur. De medezeggenschapsraad moet het niet laten gebeuren dat deze extra middelen ergens anders terecht komen!

Voor meer informatie over de Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen, kun je terecht op de website van de PO-Raad. Je kunt ook de AVS Helpdesk bellen (alleen voor leden).

De Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2025 loopt af op 1 januari 2030 (zie artikel 8 lid 2 van de regeling).

Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen

De arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is inmiddels opgenomen in de CAO PO als Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen en in de CAO VO als Arbeidsmarkttoelage scholen met relatief veel kwetsbare leerlingen. De regels zijn vooralsnog dezelfde als de regels die golden voor de arbeidsmarkttoelage NPO. Zie CAO PO artikel 6.10 en CAO VO artikel 3.10.

Waarom is er gekozen voor lumpsumbekostiging?

Bijzondere en aanvullende bekostiging via de lumpsum beperkt de administratieve lasten ten opzichte van bijvoorbeeld een subsidie waarvoor scholen een aanvraag moeten indienen.

Als normatieve Rijksbijdrage zijn de middelen voor de arbeidsmarkttoelage geen onderwerp van een specifieke (accountants)controle. Niet of anders bestede middelen kunnen niet worden teruggevorderd.

Hoe wordt ervoor gezorgd dat het geld echt bij de medewerkers terechtkomt?

Personeelsleden kunnen op de website van DUO zien of extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage is toegekend aan de vestiging waar hij/zij werkzaam is. De PGMR (primair onderwijs) en de PMR (voortgezet onderwijs) moeten vervolgens instemmen met de hoogte van de arbeidsmarkttoelage binnen het bestuur. De medezeggenschapsraad moet het niet laten gebeuren dat deze extra middelen ergens anders terecht komen!

Voor meer informatie over de NPO Arbeidsmarkttoelage, kun je terecht op de website van NP Onderwijs. Je kunt ook de AVS Helpdesk bellen (alleen voor leden).

De Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2025 loopt af op 1 januari 2029 (zie artikel 7 van de regeling).

Welke dagen zijn erkende feestdagen?

Het antwoord op deze vraag moet je kennen omdat je in de CAO PO leest dat medewerkers (naar rato van hun werktijdfactor) 428 uur vakantieverlof hebben (artikel 8.1 lid 1), “daarin begrepen de erkende feestdagen”.

CAO PO artikel 1.1 Begripsbepalingen

In artikel 1.1. van de CAO PO is vastgelegd op welke algemeen erkende feestdagen medewerkers een verplichte vrije dag hebben, die dus meetelt voor de in artikel 8.1 lid 1 bedoelde vakantiedagen.

In artikel 1.1 CAO PO staat onder het kopje Algemeen erkende feestdagen hetzelfde rijtje als in de Algemene termijnenwet (ATW), namelijk:

– Nieuwjaarsdag
– Eerste en Tweede Kerstdag
– Tweede Paasdag
– Hemelvaartsdag
– Tweede Pinksterdag
– Koningsdag
– 5 mei, nationale feestdag

Verder staat er dat het aan het bestuur is om te bepalen of Goede Vrijdag wordt wordt meegenomen in het rijtje van algemeen erkende feestdagen. Goede Vrijdag is dus geen verplichte vrije dag!

Algemene termijnenwet (ATW)

De Algemene termijnenwet (ATW) regelt de berekening van wettelijke termijnen wanneer deze eindigen op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag. Als een termijn op zo’n dag eindigt, wordt deze automatisch verlengd tot de eerstvolgende werkdag. De ATW regelt niet dat algemeen erkende feestdagen voor medewerkers vrije dagen zijn: dat wordt bepaald in (collectieve) arbeidsovereenkomsten! Dit betekent dus dat voor alle medewerkers die onder de CAO PO vallen, de CAO PO bepalend is.

Bijzonderheden

Goede Vrijdag

In de ATW wordt Goede Vrijdag gelijkgesteld met een algemeen erkende feestdag. De CAO PO geeft aan dat de werkgever zelf een keuze kan maken of dit al of niet een werkdag is. Goede Vrijdag is dus geen verplichte vrije dag! Als het bestuur heeft bepaald dat Goede Vrijdag een vrije dag is, dan valt die dag binnen de 428 uur (*wtf) vakantieverlof van de medewerkers.

De vrijdag na Hemelvaart en overige “brugdagen”

Artikel 3 van de ATW laat de mogelijkheid bestaan dat ook andere dagen dan Goede Vrijdag gelijkgesteld worden met een erkende feestdag. Ongeveer elke drie jaar verschijnt in de Staatscourant een lijstje met data. Dat betreft werkdagen die vallen tussen een erkende feestdag en een weekend.

Voor de jaren 2026, 2027 en 2028 geldt het Besluit van 1 juli 2025, nr. 2025001422 houdende de gelijkstelling van vrijdag 2 januari 2026, vrijdag 15 mei 2026 (dag na Hemelvaart), vrijdag 7 mei 2027 (dag na Hemelvaart), vrijdag 28 april 2028 (dag na Koningsdag) en vrijdag 26 mei 2028 (dag na Hemelvaart) met een algemeen erkende feestdag.

Deze dagen hebben dus
– wel de status van algemeen erkende feestdag voor de Algemene termijnenwet,
– wat niet betekent dat het verplichte vrije dagen zijn!

Schoolbesturen en/of scholen kennen zowat altijd de status van algemeen erkende feestdag toe aan de vrijdag na Hemelvaart en nemen die vrijdag in hun jaarplanning op als een vrije dag voor de medewerkers (en dus de leerlingen). De vrijdag na Hemelvaart is in dat geval onderdeel van de 428 uur (*wtf) vakantieverlof.

Valt bijvoorbeeld Koningsdag op een donderdag en is de school gesloten op de vrijdag erna, dan heeft die extra vrije dag eveneens de status van algemeen erkende feestdag en telt hij mee voor de 428 uur (*wtf) vakantieverlof.

Meer informatie nodig?

Voor alle ins & outs over dit onderwerp: download de Handreiking Werkverdelingsplan en jaartaak PO in onze webshop (prijs € 12,95, maar gratis voor leden – houd je lidnummer bij de hand). Leden kunnen ook contact opnemen met onze Helpdesk.

Wanneer kan overgegaan worden tot een tropenrooster?

Een precies antwoord op deze vraag is niet te geven, enerzijds omdat de wet- en regelgeving geen harde normen hanteert, anderzijds omdat veel afhangt van de omstandigheden op jouw school (denk aan isolatie, airco, luchtverversing, grootte van de lokalen, stedelijke of landelijke omgeving enzovoort).

Arbeidsomstandighedenbesluit

Dit is wat het Arbeidsomstandighedenbesluit zegt over de temperatuur (artikel 6.1).

1. Rekening houdend met de aard van de werkzaamheden die door de werknemers worden verricht en de fysieke belasting die daar het gevolg van is, veroorzaakt de temperatuur op de arbeidsplaats geen schade aan de gezondheid van de werknemers.
2. Indien door de temperatuur op de arbeidsplaats of door ongunstige weersomstandigheden toch schade aan de gezondheid van de werknemers kan ontstaan, worden persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld. Indien de ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen schade aan de gezondheid niet kunnen voorkomen, wordt de duur van de arbeid in een zodanige mate beperkt of wordt de arbeid met een zodanige frequentie afgewisseld door een tijdelijk verblijf op een plaats waar een temperatuur heerst als bedoeld in het eerste lid, dat geen schade aan de gezondheid ontstaat.

Arbocatalogus PO

Ook in de Arbocatalogus PO is er aandacht voor de temperatuur in het klaslokaal. Daar vind je meer wet- en regelgeving, maar ook allerlei praktische informatie. Opvallend is dat voorheen een temperatuur van 30 graden werd genoemd. Nu zegt de Arbocatalogus dat werken in een temperatuur van boven de 25 graden al een negatief effect heeft… Op warme dagen met vijfentwintig ‘kacheltjes’ van 37 graden in een klaslokaal, kom je daar al gauw!

Tropenrooster

Bij een te hoge temperatuur moet je wel degelijk maatregelen nemen om de belasting voor leerlingen en leraren zo laag mogelijk te houden. Een tropenrooster is dan een optie. Een tropenrooster houdt in dat je de schooltijden naar voren haalt, bijvoorbeeld door een uur eerder te beginnen (en dus ook een uur eerder te eindigen).

Je kunt, in overleg met je bestuur, zelf besluiten om een tropenrooster in te stellen bij extreem warm zomerweer. Hou wel in de gaten dat je je moet houden aan het minimum aantal lesuren per schooljaar (artikel 8.7 WPO, verplichte onderwijstijd). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de onderwijstijd.

Andere mogelijke maatregelen zijn:
– kortere dagen (let op onderwijstijd),
– zo veel mogelijk aaneengesloten werken (let op verplichte pauzetijd werknemers),
– pauzeren in koele ruimtes,
– extra ventilatie en
– extra drinken ter beschikking stellen.

Medezeggenschap

De school stelt de maatregelen op met instemming van de medezeggenschapsraad (MR).

– In het primair onderwijs heeft de oudergeleding van de MR (OMR) instemmingsbevoegdheid met betrekking tot de onderwijstijd en de invulling hiervan (artikel 13 lid 1 sub h WMS). Een protocol over hoe om te gaan met warme temperaturen hoort daarom ter instemming aan de OMR te worden voorgelegd als het invloed heeft op de onderwijstijd.
– In het voortgezet onderwijs heeft de MR adviesbevoegdheid met betrekking tot het lesrooster, waar ook het tropenrooster onder valt (artikel 11 lid 1 sub a WMS).
– Wijzigingen van het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid vallen onder het instemmingsrecht voor de MR als geheel (artikel 10 sub e WMS).

Communicatie

Informeer de ouders zo snel mogelijk, als je een tropenrooster overweegt. Hebben de ouders geen opvang voor hun kinderen? Dan moet je als school een alternatief programma (opvang) aanbieden tijdens de uren waarop de lessen vervallen.

Heb je als school beleid met betrekking tot een tropenrooster? Neem hierover een stukje op in je schoolgids.

Maak op tijd beleid

Tot slot. Om te voorkomen dat je ad hoc een besluit moet nemen, is het handig om in goed overleg met alle partijen helder beleid te maken (en daarover iets te melden in je schoolgids). Kijk daarbij ook uitdrukkelijk naar de mogelijkheden om te voorkomen dat je met een tropenrooster moet gaan werken, bijvoorbeeld door aanpassingen te doen aan het gebouw (denk aan zonwering, klimaatbeheersing enzovoort). Voor informatie en met vragen kun je terecht bij Ruimte OK, een onafhankelijke, uitvoerende kennisorganisatie voor scholen en gemeenten als het gaat om de financiering en de huisvesting van scholen.

Waarmee moet je rekening houden als je andere schooltijden gaat invoeren?

Als je overweegt om andere schooltijden in te voeren, is een aantal stappen nodig, en moet je rekening houden met wet- en regelgeving. Een goede voorbereiding en doorlopende communicatie met ouders en medewerkers zijn belangrijke succesfactoren!

Stappenplan

Stap één: de oriëntatie
Het is van belang om je ambitie te formuleren (waarom willen we dit eigenlijk?), de startsituatie in kaart te brengen (hoe is het nu?) en een visie te formuleren (waar willen we heen?).

Stap twee: de voorbereiding
Je zet een werkgroep op, organiseert informatiebijeenkomsten, peilt de behoeften en wensen van ouders en medewerkers (zie ook kopje Wettelijke bepalingen), je maakt een keuze voor een van de schooltijdmodellen en je werkt een plan uit waarin je aandacht besteedt aan organisatie, personeel, huisvesting en financiering.

Stap drie: besluitvorming
Vervolgens moet er besluitvorming plaatsvinden. In deze stap kun je overwegen een pilot uit te voeren. Deze stap rond je af met een plan van aanpak voor de invoering, waarbij je doorlopend investeert in draagvlak bij ouders en werknemers.

Stap vier: invoering
De laatste stap betreft de daadwerkelijke invoering: de nieuwe schooltijden zijn een feit. Vergeet niet tussentijds te evalueren en zo nodig bij te stellen. Voer na verloop van tijd een tevredenheidonderzoek uit en houd ouders en werknemers op de hoogte van de voortgang en resultaten. In een volgend schooljaar kun je indien nodig aanpassingen doorvoeren.

Wettelijke bepalingen

De Wet op het primair onderwijs (WPO) verplicht de school haar leerlingen 7.520 uur onderwijs te bieden in een periode van acht schooljaren. Daarbij kun je het verschil tussen onder- en bovenbouw laten vervallen (= gelijke schooldagen en 940 uur les per schooljaar, voor alle kinderen). Bij een keuze voor een verschillend aantal uren in onder- en bovenbouw moet je het zó regelen dat leerlingen in de eerste vier leerjaren ten minste 3.520 uren onderwijs krijgen en in de laatste vier schooljaren ten minste 3.760 uren.

De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) geeft de oudergeleding van de medezeggenschapraad (OMR) instemmingsbevoegdheid (artikel 13 lid 1 sub h WMS), echter niet voordat alle ouders over de nieuwe schooltijden hun mening hebben kunnen geven (verplichte ouderraadpleging, artikel 15 lid 3 WMS). De wet schrijft niet voor wie de ouderraadpleging moet houden: dat kan de OMR zijn, maar je kunt ook als schoolleiding het initiatief naar je toetrekken. Of je doet het samen: schoolleiding + OMR.

Als de aanpassing van de schooltijden gevolgen heeft voor de werk- en rusttijdenregeling, is instemming nodig van de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (PMR) (artikel 12 lid 1 sub f WMS).

Overgangsregeling

Om te voorkomen dat kinderen onderwijsuren tekort komen, is er bijna altijd een overgangsregeling nodig. Deze duurt gemiddeld vier schooljaren, afhankelijk van de reeds opgebouwde uren in voorgaande jaren op het moment van invoering. Hou daar rekening mee in je (personeels- en financiële) planning en wees hier heel duidelijk over in je communicatie.

Heb je hulp nodig of wil je gewoon even sparren? Bel gerust de AVS Helpdesk (alleen voor leden). Onze adviseurs denken graag met je mee.