Maar erken ik dat niet

Goede voornemens, ik ben er niet zo van. Vooral omdat iedereen eraan meedoet. Dan doe ik het liever niet. Daarnaast suggereert het dat er iets te verbeteren valt. Vind ik ook iets van, merk ik.

            ‘En Ferdinand, heb je nog goede voornemens?’

            ‘Nee, hoezo? Vind je me niet mooi genoeg?’

Ik ben niet op mijn best als ik dit soort vragen krijg. Het roept onredelijk en defensief gedrag op, ik herken mezelf dan niet. Of misschien wel en wil ik dat juist niet.

Eigenlijk ben ik een vat vol goede voornemens, maar erken ik dat niet.

Een ‘goed voornemen’ heeft iets passiefs, iets gelaten. Ik neem me iets voor, maar het is nog maar de vraag of ik dat kan halen. Want ja, je weet nooit waar het schip strandt. Morgen lig ik met de auto in de sloot of valt er een meteoriet op mijn huis. Je weet het niet. Ik neem mij iets voor dat altijd gedoemd is te mislukken, waarom zou je dan die moeite doen? Een goed voornemen is wat mij betreft al een vervuild begrip voordat het überhaupt is uitgesproken, laat staan ingevuld. Een goed voornemen is een regelrechte connotatie.

Je zult in zichzelf respecterende actieplannen of plannen van aanpak met een meerjarenperspectief nooit het werkwoord ‘voornemen’ tegenkomen. Je zult niet snel een bestuurder – ingefluisterd door zijn of haar controller – horen zeggen dat hij of zij voornemens is een gezonde financiële huishouding te gaan draaien in 2024. Of dat hij of zij zich voorneemt een adequaat personeelsbeleid te gaan voeren. De RVT ziet je aankomen.

In ‘voornemen’ zit geen actie, het is hooguit de intentie die je hoort. Een soort goedbedoeld proberen. Om achteraf vast te stellen dat de bedoeling goed was, maar dat er niks van terechtgekomen is.

Eigenlijk moet je iemand niet naar de goede voornemens vragen, maar naar zijn ‘haalbare realisaties met bijpassende verwachtingen’. Iemand met goede voornemens heeft vooraf al een escape.

            ‘Ik had me voorgenomen een studie op te pakken in 2023, maar ja, niet te combineren met een man die werkt en drie schoolgaande kinderen.’

            ‘Ik had me voorgenomen eerder aan de bel te trekken, maar ja, mijn directeur luistert niet naar me.’

            ‘Ik had me voorgenomen om vaker naar mijn moeder te gaan, maar ja, ik heb ook een eigen leven.’

Je moet iemand vragen naar zijn haalbare realisaties met bijpassende verwachtingen.

            ‘Heb jij nog haalbare realisaties met bijpassende verwachtingen voor 2024?’

            ‘Zeker!’

            ‘Vertel ‘ns?’

            ‘Ik ga realiseren dat ik eerder ga uitspreken als ik ergens mee zit.’

            ‘Interessant!’

            ‘Hoe bedoel je?’

            ‘Gewoon, zoals ik zeg: interessant!’

            ‘Nee, zo komt dat niet over!’

            ‘Hoe bedoel je?’

            ‘Je zegt iets anders dan dat je bedoelt.’

            ‘…’

Kijk, dan maak je direct werk van je haalbare realisaties met bijpassende verwachtingen.

Die van mij zijn Instagram en wandelen. Instagram, omdat ik sociaal-mediaal een luie donder ben (behalve op LinkedIn) en daardoor alle belangrijke dingen in het leven mis. En wandelen moet van Arie. Vanwege mijn dikte.

Dat ik op zaterdag in de supermarkt alle gangpaden pak, telt niet.

Da’s geen wandelen, zegt Arie.