Door: Jonneke Reichert | Bekijk archief

We geven hem het voordeel van de twijfel’, hoor ik mezelf zo dapper mogelijk zeggen. Als sollicitatiecommissie hebben we alle voors en tegens zorgvuldig afgewogen. Onze kandidaat is weliswaar jong en onervaren, maar maakt een rustige, capabele indruk. De referent die ik gebeld heb, is ook positief over deze startende leerkracht en laat ik hier even eerlijk zijn: dit alles speelt zich af op de donderdag vóór de school weer gaat beginnen en de vacature voor groep acht nog steeds openstaat.

Even terug in de tijd. We schrijven de week voor de schoolvakantie van start gaat: mijn ervaren én ijzersterke leerkracht van die groep (en daarbij ook schoolopleider!) kondigt aan dat ze in het nieuwe schooljaar zelf als locatieleider aan de slag gaat. Op een andere school uiteraard. ‘Geweldig!’, is mijn reactie, ‘dat zie ik jou helemaal doen!’ En dat is ook zo.

Geen paniek, spreek ik mezelf nog geen minuut later toe. En dat gevoel blijft gelukkig ook uit. Maar anderen reageren toch, hoe zal ik het zeggen, een tikkeltje emotioneel. Eén van mijn collega-directeuren begrijpt níét dat ik haar heb laten gaan. ‘Ben je niet boos’, vraagt hij. ‘Nee?’, antwoord ik terwijl ik mijn wenkbrauw optrek. ‘Ik gun haar deze stap ontzettend en die school verdient een goede locatieleider.’ Boos. Hoe kun je dat vragen? Wat levert het op als we getalenteerde leerkrachten krampachtig bij ons willen houden? Ja, we hebben er te weinig van, maar er is óók een groot schoolleiderstekort! Tot zover de held in mij.

Want ineens komt ’ie bij me binnen. Hoezo geef ik onze toekomstige collega, een startende leerkracht ‘het voordeel van de twijfel’? Word ook ik niet stiekem geplaagd door een venijnige ‘wat als…’? Hoe fair is dat? Nieuwe mensen zijn voor het onderwijs in Nederland broodnodig. Dan is het toch niet meer dan logisch dat we startende leerkrachten én schoolleiders – of ze nu rechtstreeks van de pabo komen of zij-instromer zijn – een eerlijke kans geven?

Automatisch denk ik terug aan hoe ik ooit mijn carrière als rijkstrainee op een ministerie ben begonnen mét enorm veel steun van mijn traineegenoten, de opleiding, mijn werkplekbegeleider en de traineecoördinator. Ik ben heel goed en intensief begeleid in die eerste twee jaar van mijn werkende leven. Een geweldige kans. Dat is me altijd bijgebleven. Hoe kan ik dat nou vergeten? Dus glimlach ik naar mijn collega’s van de sollicitatiecommissie en haast me om de nieuwste aanwinst van mijn team het goede nieuws te brengen. ‘We trekken alles uit de kast om ervoor te zorgen dat jij de best mogelijke start krijgt en een topleerkracht wordt’, zeg ik hem. En zonder enig spoor van twijfel: ‘We zijn echt heel blij dat je bij ons wilt komen werken.’

Interessant?
Dit artikel stond in KADER , het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden exclusief ontvangen. Wil jij KADER ook op de deurmat hebben? Word lid of abonnee, ontvang voortaan een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.