Afgelopen week kreeg ik de vraag: “Wil jouw school ook meedoen aan…?” Dit keer via mail, maar vaak word ik ook overvallen per telefoon. Scholen worden steeds meer gezien als dé plek om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. De vraag, vol enthousiasme en goede bedoelingen, roept echter bij mij vaak een spanningsveld op tussen wat wenselijk is en wat haalbaar.  Hoewel vrijwel alle projecten een positieve inslag hebben, bijvoorbeeld gericht op inclusiviteit, innovatie of gelijke kansen, voel ik bij het bekijken van zulke voorstellen vaak toch enige spanning. Het is de voortdurende afweging tussen ambitie en realiteit. Want, eerlijk is eerlijk, niet elke ‘ja’ is een overwinning.

Als schoolleiders staan we vaak voor de uitdaging om te balanceren tussen onze toewijding aan de leerling, het team en de gemeenschap, en de realiteit van wat onze scholen aankunnen. En toch, in een cultuur waarin “ja” vaak wordt gezien als synoniem voor betrokkenheid en samenwerking, kan het een moedige daad zijn om “nee” te zeggen.

Het onderwijs lijkt steeds vaker het antwoord te moeten geven op maatschappelijke problemen. Armoedebestrijding? Breng het naar de scholen. Mentale bewustzijn van leerlingen? Laat scholen het voortouw nemen. In onze drang om iedereen tevreden te stellen, zeggen we maar al te vaak ‘ja’. ‘Ja’ tegen het mede organiseren van de avondvierdaagse, ‘Ja’ tegen (te) veel aanbod voor burgerschap. ‘Ja’ tegen dat extra project van de gemeente over politiek, want alle scholen doen toch mee? En hoewel elk initiatief zijn waarde heeft, lijkt het alsof van scholen wordt verwacht dat ze alles aankunnen – met beperkte middelen en een curriculum dat al overvol zit.  Maar als we niet oppassen, zeggen we tegelijkertijd ‘nee’ tegen de tijd en energie die onze teams nodig hebben om hun kernwerk – goed onderwijs geven – te doen.

Begrijp me niet verkeerd. Er zijn zaken die absoluut noodzakelijk zijn en die je als school vanuit maatschappelijke verantwoordelijkheid zorgvuldig moet organiseren.

Maar toch… ‘Nee’ zeggen is niet hetzelfde als afwijzen. Het is een keuze voor focus, kwaliteit en haalbaarheid. Grenzen stellen betekent niet dat je samenwerking afwijst; het betekent dat je duidelijk aangeeft wat haalbaar is binnen de mogelijkheden van jouw school. Brené Brown zei het mooi in haar boek*: “Daring to set boundaries is about having the courage to love ourselves, even when we risk disappointing others.” Soms voelt het alsof je iedereen tevreden moet houden. Maar toen ik nadacht over deze quote, bedacht ik dat ‘nee’ zeggen ook een daad van leiderschap is. Het gaat erom te erkennen dat grenzen stellen een manier is om kwaliteit te waarborgen en verantwoordelijkheid serieus te nemen: “Ik wil dit goed doen, maar alleen als de omstandigheden dat toelaten.”

Op mijn eigen school hebben we de afgelopen jaren een simpele strategie ontwikkeld: elke keer als we een nieuw project overwegen, stellen we drie vragen: Helpt dit direct onze leerlingen? Is het haalbaar binnen de tijd en middelen die we hebben? Voegt het iets toe aan wat we al doen? Als het antwoord op een van deze vragen ‘nee’ is, bespreken we hoe we het voorstel kunnen aanpassen, uitstellen of vriendelijk afwijzen. Dat geeft rust én zorgt ervoor dat we ons kunnen blijven richten op onze kerntaak en initiatieven die wel echt verschil maken.

In een wereld waarin “ja” vaak wordt geprezen, wil ik pleiten voor de kracht van een goed geplaatste “nee”. Want alleen door grenzen te stellen, kunnen we de ruimte creëren om te excelleren in wat écht belangrijk is. Een schoolleider die weet wanneer hij op het juiste moment op de rem trapt, voorkomt niet alleen dat het team zichzelf voorbij rent, maar zorgt er ook voor dat er ruimte ontstaat voor nieuwe wegen en frisse ideeën.

Want soms zit het geheim van vooruitgang in het durven stilstaan.

*Boek: Durft te leiden: De kracht van kwetsbaarheid voor moedige leiders – Brené Brown