
Het is even spitten, maar dan heb je ook wat. Met de schop diep de grond in en graven maar. Onlangs publiceerde het Schoolleidersregister PO het jaarlijkse document ’Ontwikkelingen en Spanningsvelden‘. Een knap staaltje spitwerk dat mooie inzichten oplevert. Van de eerste zin in de inleiding krijg ik meteen een glimlach: “Schooldirecteuren spelen een cruciale rol bij het stimuleren van schoolontwikkeling en het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs.” Een prachtige erkenning van ons werk.
Maar bij het lezen van dat mooie rapport, bekroop me toch ook wel een gevoel van enige geschoktheid. De verantwoordelijkheden van schoolleiders lijken namelijk alsmaar groter te worden. Mogen we dat onze schouders wel aandoen? Het draait al lang niet meer om goed onderwijs alleen. We worden met steeds meer maatschappelijke thema’s geconfronteerd en de complexiteit van taken neemt alleen maar toe.
Neem bijvoorbeeld de nieuwe wet over het burgerschapsonderwijs. Op papier lijkt het logisch en waardevol, maar in de praktijk komt er zoveel op onze onderwijsschouders terecht dat we de menselijke maat verliezen. Het is alsof we worden overspoeld door beleid en regelgeving, terwijl de dagelijkse realiteit in de klas naar de achtergrond dreigt te verdwijnen. In deze hectiek is het moeilijk om de focus te behouden op waar het echt om draait: het welzijn van onze leerlingen en docenten en uiteraard goed onderwijs.
Kort na het lezen van het document “Ontwikkelingen en Spanningsvelden” las ik een brief in een boek, genaamd “Father Forgets”. In de brief betuigt de vader spijt voor zijn strenge gedrag tegenover zijn zoon.1
De brief deed iets met me. Het raakte me. Ondanks dat deze brief al vaak is geciteerd, blijft de boodschap krachtig en relevant; kritiek is zinloos. Niemand is perfect en we maken allemaal fouten. En dat je consistente hoge verwachtingen beter kan uitdrukken door woorden van aanmoediging in plaats van kritiek.
Terwijl ik de brief las, besefte ik me hoe dit doet denken aan de manier waarop we in het onderwijs onbedoeld te veel druk uitoefenen op onderwijsprofessionals, zonder voldoende oog te hebben voor hun behoeften en grenzen, net als die vader. Dit inzicht inspireerde me om deze brief te herschrijven, en een boodschap mee te geven. Geen kritiek, maar een boodschap. Een herschreven brief, waarbij de vader wordt vervangen door een onderwijsminister uit de toekomst en het kind symbool staat voor de mensen die onderwijsbeleid moeten uitvoeren, de onderwijsprofessionals. 2
Zou zo’n brief in de toekomst ooit geschreven worden? Hoe zou deze eruit kunnen zien?
Wellicht zo…
Lees de brief van de onderwijsminister (september 2035):
Beste onderwijsprofessionals,
Terwijl ik hier zit in mijn kantoor, omringd door rapporten en beleidsdocumenten die de toekomst van ons onderwijssysteem vormgeven, voel ik de behoefte om enkele gedachten met jullie te delen. Onlangs, terwijl ik door een nieuw beleidsstuk bladerde, werd ik overmand door een gevoel van spijt. Met een zwaar hart besloot ik dit moment te gebruiken om mijn zorgen met jullie te delen.
Er zijn zaken waar ik de laatste tijd over nadenk. Ik besef dat de uitvoering van het landelijke beleid soms zwaarder op jullie schouders heeft gedrukt dan we hadden beoogd. In onze inspanningen om het onderwijs te verbeteren en de prestaties van leerlingen te verhogen, hebben we wellicht te vaak de nadruk gelegd op gestandaardiseerde toetsen en het behalen van specifieke resultaten. Ik begrijp dat dit bij jullie een enorme werkdruk heeft veroorzaakt en dat het soms ten koste is gegaan van de creatieve en persoonlijke aandacht en de menselijke maat die zo essentieel is in het onderwijs.
De afgelopen jaren hebben we steeds meer de focus gelegd op het verbeteren van meetbare prestaties. Denk bijvoorbeeld aan het landelijke streven om de PISA-scores te verhogen en het taal- en rekenniveau op te schroeven. Terwijl we dachten dat dit in het belang van de leerlingen was, realiseer ik me nu dat we mogelijk voorbij zijn gegaan aan de individuele noden en talenten van kinderen. Jullie hebben ervaren dat de druk om deze doelen te bereiken de speelruimte in de klas heeft verkleind. En als ik zie hoe dit soms heeft geleid tot een verlies aan werkplezier en motivatie bij jullie, de mensen die dagelijks met de leerlingen werken, voel ik me medeverantwoordelijk. Ik realiseer me dat wij, als beleidsmakers, meer hadden kunnen doen om jullie te ondersteunen in het vinden van een balans tussen prestaties en welzijn.
Een specifiek voorbeeld dat me nog steeds bezighoudt, is onze invoering van inclusiever onderwijs, met de focus op het beter ondersteunen van leerlingen met speciale behoeften binnen het reguliere onderwijs. We geloofden dat dit initiatief de integratie en het welzijn van alle leerlingen zou bevorderen en hen gelijke kansen zou bieden. Maar nu realiseer ik me dat deze verandering voor sommige scholen en leerkrachten een aanzienlijke uitdaging is gebleken. Niet elke school had de nodige middelen, zoals gespecialiseerde docenten en passende leermiddelen, en niet elke leerkracht voelde zich voldoende voorbereid of ondersteund om deze complexe taak succesvol uit te voeren. In onze ambitie om gelijkheid te bevorderen, hebben we niet altijd de praktische haalbaarheid en de uiteenlopende behoeften van scholen en docenten voldoende in overweging genomen.
Toen ik ‘De staat van het onderwijs‘ opnieuw doorlas, werd ik overvallen door een pijnlijk gevoel van spijt. Wat hebben we bereikt met deze nadruk op efficiëntie en vooruitgang? De gewoonte om prestaties enkel te meten aan de hand van cijfers en statistieken, en te streven naar uniforme oplossingen voor diverse onderwijsomgevingen, heeft misschien wel te veel beslag gelegd op wat echt belangrijk is: het persoonlijke contact, de passie voor het lesgeven, en het welzijn van zowel leerlingen als docenten.
Er is zoveel goeds, moois en waardevols in ons onderwijs. De toewijding en betrokkenheid van jullie als schoolleiders en leerkrachten, de veerkracht en nieuwsgierigheid van onze leerlingen, dit alles vormt de kern van wat we willen bereiken. Dit bleek ook uit die ene keer dat ik hoorde hoe een leerling, ondanks alle uitdagingen, vol trots vertelde over een project waaraan hij had gewerkt. Zulke momenten herinneren me eraan waar we het echt voor doen. Ik voel me nu verantwoordelijk en beschaamd over de koers die we soms varen.
Dit is misschien een zwakke genoegdoening, maar ik beloof dat ik vanaf morgen een meer ondersteunende beleidsmaker zal zijn. Ik zal ervoor zorgen dat ons beleid niet alleen gebaseerd is op regels en protocollen, maar ook ruimte biedt voor de diversiteit en creativiteit die het onderwijs zo waardevol maken. Ik zal mijn woorden zorgvuldig kiezen en telkens weer tegen mezelf zeggen: “Het zijn niet alleen cijfers en statistieken, het zijn mensen met dromen en verhalen.”
Ik ben bang dat ik soms te veel heb gefocust op resultaten en te weinig op de mensen die ze moeten behalen. Maar als ik nu naar ons onderwijssysteem kijk, zie ik dat we, net als onze leerlingen, nog volop in ontwikkeling zijn. We hebben te veel gevraagd, te veel verwacht.
In plaats van te veroordelen en te bekritiseren, denk ik dat het nuttiger is te proberen om elkaar beter te begrijpen, en te ontdekken waarom we doen wat we doen. Dit helpt ons om op een meer ondersteunende manier samen te werken, en leidt tot meer begrip, tolerantie en vriendelijkheid binnen ons werk. Zo creëren we een omgeving waarin iedereen zich gewaardeerd en gesteund voelt, en waar we samen kunnen groeien en verbeteren…!!!
Met veel respect en inleving,
(Toekomstig) Minister van onderwijs
1. De originele brief is geschreven door W. Livingston Larned – ‘Father Forgets’, gelezen in het boek: How to win friends and influence people, by Dale Carnegie (aanrader!)
2. Ik weet uit ervaring dat het maken van landelijk beleid een ingewikkeld en lastig proces is. Ik wil toch ook zeker vermelden dat ik respect en waardering heb voor de huidige minister van onderwijs.