Ferdinand

We zitten inmiddels in de vierde week, COVID-19 houdt ons nogal bezig én binnen. Om het uiteindelijk de baas te worden, moeten we ons houden aan regels die van bovenaf zijn opgelegd.

Da’s ook wennen.

Plotseling blijkt hoe groot onze bewegingsruimte was en de vrijheid alles te kunnen doen wat maar in ons opkomt. Plotseling blijkt hoe lastig het is jezelf en je dierbaren te vermaken op verminderd aantal vierkante meters. Wat zijn de spelregels van Monopoly ook alweer en hoe gaat dat, dat lezen in een boek? We hebben na drie weken Netflix al uit en alle spellen op de Playstation zijn gespeeld. Mijn vrouw noemde mij vorige week dinsdag ineens haar beste vriendin – omdat ze nu alles met mij gaat delen (!) – en wilde na het avondeten mijn nagels doen.

Ik waan me in een glazen bol, waarin het sneeuwt als je schudt. Heel mijn wereld staat op z’n kop, heel onze wereld is omgedraaid. Alles is anders geworden. Achteraf kunnen we gaan vaststellen of de impact van het Corona-virus de meest ultieme vorm geweest is van cognitieve gedragstherapie.

Onder hoge druk en volstrekte onveiligheid moest het ineens anders – en deden we het dus ook ineens anders.

Voorop gesteld, het had wat ons betreft niet gehoeven. We zaten niet te wachten op deze wereldwijde ellende, waarvan de gevolgen doorzingen – vaak oorverdovend vals – achter alle voordeuren en hele gezinnen op scherp zet, huwelijken op het spel en huiselijk geluk overboord gooit. Om maar te zwijgen van het grote verdriet als weer iemand bezweken is.

Maar omdat plotseling onze levens op spel staan, doen we het anders. Omdat we daarin geen keuze hebben. Daargelaten hen, die ondanks vele waarschuwingen, de regels aan hun laarzen lappen en daarmee onze collectieve gezondheid. Over hen wil ik het niet eens hebben.

Al in de eerste dagen zagen we mensen opstaan, die de mouwen opstroopten en grootse dadendrang toonden. We zagen daadkracht, slagvaardigheid én flexibiliteit van de bovenste plank! We zagen mooie ideeën geboren worden, verrassend nieuwe inzichten verkregen en werden onvermoede wegen ingeslagen worden.

We zagen saamhorigheid die ontroerde tot onze botten.

Dat ‘cruciale’ beroepsgroepen plots een imago-boost kregen, had ook anders gekund. Daar hadden wij het virus niet voor nodig. We wisten allang dat zij doorslaggevend waren en van levensbelang. Dat het nu ‘piept en kraakt’ in de zorg wisten we ook al voor deze crisis.

En dat het onderwijs ertoe doet, wordt nu ondervonden aan de keukentafel.

Toen in de eerste week de kinderen opgevangen moesten worden, was dat vanzelfsprekend en gingen de schouders eronder. Eigen angsten werden opzij gezet. Toen bleek dat er op een andere manier het onderwijs gecontinueerd moest worden, werden handen ineen geslagen. Er ontstond een eendrachtigheid die niet voortkwam uit methodieken voor teamvorming, maar rechtstreeks uit het hart.

Waar het virus een zware wissel trekt op mens en maatschappij, klopt het onderwijshart harder dan ooit.

Vanuit elke hoek worden onze kinderen – en hun ouders – bediend. Tassen vol boeken worden als de Leesmap huis aan huis gebracht. Met snel een knipoog van de meester of een luchtkus van de juf voor de kinderen. Op vele fora wordt digitaal lesmateriaal klaargezet. Er zijn kinderen die de lesstof van drie weken in vier dagen af hebben en gulzig om meer vragen.

Maar het blijft wennen. Scholen horen niet leeg te zijn. In de gangen klinkt niet het gelach van onze kinderen, op de speelplaats beweegt de schommel enkel door de wind. We voelen ons onthand. Thuiswerken is ook niet alles, vooral als je zelf volop in de kleine kinderen zit. Thuiswerken en de aandacht voor je kinderen – nu vaker nodig, blijkt wel – blijft een lastige combi. Meer dan eens kruipen kinderen door het beeld als je digitaal moet overleggen met de collega’s. Hoe aandoenlijk ook, het blijft lastig.

In de vierde week ontstaan ook andere zorgen. Hoe krijgen we onze leerlingen terug? Wat wordt ons aanbod als de scholen weer opengaan? Hoeveel schade heeft ons kwetsbare medemens opgedaan? Is dit niet een verloren jaar?

We kunnen nu al vaststellen dat we in een regelrechte revolutie zitten. Onze vanzelfsprekendheden zijn omgegooid. Er gebeuren nu dingen die vier weken geleden niet voor mogelijk werden gehouden. Als wij straks de balans gaan opmaken, zou het zomaar kunnen zijn dat het onderwijs op onderdelen er blijvend anders uitziet. Dat wij blijvend anders met onze professie bezig zijn. Dat wij blijvend anders in relatie staan tot onze kinderen. En elkaar.

Als de sneeuw in de glazen bol weer ligt, zullen we vaststellen dat onze wereld er anders uitziet.

Blijvend anders.

9 april 2020