Ferdinand

Vanmorgen werd het schoolplein overspoeld door kinderen. Eindelijk, na zes weken, mochten zij weer naar school. Het leek alsof de kinderen elkaar meer dan ooit hadden gemist, ze vlogen elkaar in de armen en kropen dicht tegen elkaar aan op de bankjes. Er was geen oog meer voor de ouders, die verwoed én talrijk bij hek stonden te zwaaien. Voor de vorm zwaaide ik maar terug.

‘Ze hebben er zin in,’ fluisterde ik en nipte tevreden aan mijn koffie.

Op de eerste schooldag werden de kinderen opgevangen op het schoolplein. Het plein was met vlaggetjes versierd en uit de opgestelde boxen bij de ingang zongen ‘Kinderen voor Kinderen’ ons toe. Er was zoveel vrolijkheid, zoveel vreugde, zoveel werkelijke kinderen voor kinderen dat ik er wat week van werd. Het melancholieke gevoel overviel me een beetje. Het zal de tijd zijn.

Onder het mom van ‘Er zit, geloof ik, iets in mijn ogen’ knipperde ik mijn eerste emoties weg en nam nog een slok koffie. Ik ben ook zo’n jankerd tijdens de Bonte Avond van het laatste schoolkamp of bij het slotlied van de musical van groep acht.

Het overviel me, omdat me weer eens duidelijk werd hoe fundamenteel ons werk is. De school en haar tijd neemt zo’n eminente plek in in het leven van onze kinderen. Soms staan we daar te weinig bij stil. Nou ja, laat ik voor mezelf spreken; ik sta er te weinig bij stil. Na zoveel jaren onderwijservaring wil de essentie ervan nog weleens wegzakken.

Ik sta er ook zeker niet bij stil als na een zomervakantie de wekker weer gaat om vijf voor zes. Dan staat bij mij zo’n beetje alles stil en heb ik emmers koffie nodig om een beetje op gang te komen. Om een beetje representatief op het werk te verschijnen. Ik sta er overigens ook niet bij stil als ik onderweg naar school weer veel te lang achter zo’n linksrijder hang. Dan hebben die emmers koffie een serieus averechts effect.

Het zijn de kinderen die huppelend het plein opkomen, bijna allemaal met een nieuwe rugzak. Bijna allemaal weer een meter gegroeid. Het is het zoeken naar hun nieuwe juf of meester, het zijn de verwachtingen die tappelings van hun gezichten stromen. Daar doe je het allemaal voor. Ons werk is geen opgave – ook niet om vijf voor zes in de ochtend. Ons werk is een zegen. Ook in tijden van Corona. Juíst in tijden van Corona.

Of misschien ook wel niet.

In tijden van Corona kan ons zegenrijk werk te beladen voelen. Zijn er mensen die dagelijks een drempel ervaren om naar school te gaan. Vooral omdat het hun eigen gezondheid aangaat, of die van hun dierbaren. Naast alle euforie vanmorgen op het plein, zag ik ook onwennigheid. Zag ik medewerkers afstand houden tot de kinderen, hoe aanstekelijk hun vrolijkheid ook was. Als we al ergens bij moeten stilstaan, dan wel bij hen voor wie Corona nog steeds heel spannend is. Dat we blijven omzien naar elkaar.

Een fijn schooljaar gewenst, in gezondheid en in vrolijkheid.