Door: Jonneke Reichert | Bekijk archief

Veeleisend. Drammerig. Overbezorgd. Te veel of juist te weinig aanwezig of betrokken. Ik was nog zo gewaarschuwd. Niet één, niet twee, niet drie keer… Ontiegelijk vaak. En nee. We hebben het hier niet over een lastige kleuter uit groep 2 of een aanstormend pubertalent uit de bovenbouw. En nee, het gaat hier al hélémaal niet over medewerkers. Ouders. Of ze nu een supervader of tijgermoeder zijn of in een andere categorie vallen. Ouders hebben – aldus alle waarschuwingen – één ding gemeen: ze maken het leven van een schoolleider complex.

Niet alleen mensen uit het onderwijs denken er zo over. Ouders net zo. Als ik vaders en moeders rondleid op De Bijenkorf, komt vroeg of laat de opmerking of ik het niet ingewikkeld vind met ‘die ouders’? Waarbij ze zelden doelen op zichzelf. Ik zwijg. Ik glimlach en probeer weg te blijven van oordelen. Want tja, die ouders, hè? Sinds ik schoolleider ben, zie ik nog maar één soort ouders. Wat ze gemeen hebben? Heel veel liefde. Verwachtingsvol wachten ze op het schoolplein en willen ze als eerste weten of hun kinderen een fijne dag hebben gehad. Misschien komt het omdat ik nieuw ben, maar ik geniet van dat soort momenten. Tegelijkertijd roept het bij mij de vraag op of die angst voor ouders wellicht stemmingmakerij is…

Afijn. Omdat de Week van de Lentekriebels vorig schooljaar voor zoveel commotie zorgde (en niet alleen onder ouders overigens), wilde ik goed voor- Angst voor ouders Pas op voor ouders! Die boodschap kreeg Jonneke Reichert mee vanaf de eerste dag dat ze besloot schooldirecteur te worden. Creëer je zo misschien een self fulfilling prophecy? bereid zijn. Een korte online training met tips om moeilijke gesprekken om te buigen moest het ‘m doen. ‘Open het ventiel, weerspiegel in spreektaal, ga verder met een kalmeringszin en een brugzin’, was de boodschap. Twee weken later kon ik deze vier stappen toepassen tijdens een gesprek met een moeder, haar kind struggelt met zijn taalontwikkeling en gedrag. Uiteraard maakte deze moeder zich zorgen. ‘Was er in die grote klas wel voldoende aandacht voor hem?’ Jawel, het ventiel was geopend.

Los van het feit dat ik de zorgen van deze moeder niet meteen kon wegnemen, hadden we een goed gesprek. Haar punten waren legitiem, haar emotie terecht. Uiteindelijk kwamen we tot goede afspraken. Een kalmerings- of brugzin had ik niet nodig. Sterker nog, ik denk dat die online training een zonde-vanmijn- tijd is geweest. Sinds ik schoolleider ben, heb ik nog geen slecht gesprek met ouders gehad. Niet dat ik communicatief heel sterk ben of enorm veel compassie bezit. Maar als je het kind centraal stelt, ontdek je al heel snel dat je hetzelfde belang hebt en kom je er samen wel uit. De angst voor ouders is tot nu toe zeer ongegrond gebleken, terwijl ik inmiddels al best wat ingewikkelde gesprekken heb moeten voeren. Het lijkt erop of het onderwijs zelf die angst voedt en dat moet toch echt anders kunnen. Want je hebt elkaar keihard nodig.