
Het Brabants Dagblad publiceerde op 3 maart een artikel met de titel: Agressieve ouders zorgen voor grote problemen op scholen: ‘Zelfs thuis ben je niet meer veilig’. In het artikel worden verschillende mogelijke oplossingen aangedragen, zoals een training waarbij leraren met behulp van Virtual Reality (VR)-brillen geconfronteerd worden met agressieve ouders, zodat ze leren agressie te herkennen en te de-escaleren. Daarnaast wordt een alarmknop genoemd, die leerkrachten in noodsituaties kunnen gebruiken om snel hulp in te schakelen. Agressie is uiteraard nooit te rechtvaardigen, en we moeten zeker op een passende manier reageren op dit gedrag. Toch is het belangrijk om te erkennen dat deze benadering niet genoeg zal zijn om het probleem op lange termijn effectief aan te pakken.
Uit onderzoek blijkt dat leraren en schoolleiders onvoldoende voorbereid worden op het samenwerken met ouders. Áls ouderbetrokkenheid in de lerarenopleiding namelijk aan de orde komt, wordt het vaak beperkt tot ‘communicatie’ (hoe voer je een gesprek met ouders; er wordt dan dikwijls getraind met een acteur die een ouder speelt). Óf ouderbetrokkenheid een plek in een lerarenopleiding heeft, is vaak afhankelijk van een individuele lerarenopleider. En er zijn ook lerarenopleidingen waar men ervan overtuigd is dat ouderbetrokkenheid niet thuis hoort in de lerarenopleiding maar in de nascholing. Een schoolleider verwoordde treffend: “Het moeilijkste van mijn vak – ouders – ben ik het minst op voorbereid.”
In mijn huidige promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen richt ik me op de competenties die leraren nodig hebben om effectief met ouders samen te werken. Het gaat namelijk niet alleen om gesprekstechnieken, maar vooral ook om het inzicht in het gedrag van ouders. Leraren moeten begrijpen dat ouders – net als hun kinderen – verschillende achtergronden en persoonlijke problemen kunnen hebben. Dit vraagt niet alleen om het oefenen van communicatieve vaardigheden, maar ook om sensitiviteit ten aanzien van bijvoorbeeld het schoolverleden van ouders en het vermogen om een sterke relatie op te bouwen. Daarnaast is zelfreflectie essentieel, zoals bijvoorbeeld gebeurt in veel Social Work-opleidingen, zodat leerkrachten en schoolleiders in staat zijn om te reflecteren op hun eigen gedrag. Veel ouders geven bijvoorbeeld aan dat de school hen het gevoel geeft een ‘zeurouder’ te zijn, waardoor ze emoties opkroppen die uiteindelijk kunnen ontploffen. Hoe kun je als leerkracht voorkomen dat het zover komt?
Het is belangrijk dat we leerkrachten niet banger maken voor ouders maar bekwamer, zodat mensen in het onderwijs vooral plezier beleven aan het samenwerken met ouders. Zoals een leerkracht mij deze week appte: “Ik voel me soms een vreemde eend in de bijt als ik zeg dat ik oudercontact één van de leukste aspecten vind van het voor de klas staan!”