Welkom voor een ontmoeting met wereldkinderen

Het groene plein met Krajicek playground - Kindcentrum O3

De koffie en gebak staan klaar in de directiekamer van Kindcentrum O3, waar de geschiedenis van ruim 140 jaar onderwijs voelbaar is. Paul van den Heuvel en ik voelen ons welkom als we worden ontvangen door jubilerend schoolleider John Verhoeff deze woensdagmorgen in oktober in Den Haag. De plek waar John met passie voor kinderen al bijna 40 jaar werkt. Ingesloten tussen de spoorweg naar Den Haag Centraal en de viaducten ligt de ‘huiskamer van de wijk’ als kloppend hart in de Rivierenbuurt. Een plek waar veel professionals, maar ook vrijwilligers, zich inspannen om ruim 400 kinderen de ruimte te geven zich te ontwikkelen, te ontdekken en te ontmoeten. Kindcentrum O3, een plek waar jong en oud elkaar ontmoeten met kinderen als middelpunt.

De wereld in de school

Het in 2015 geopende gebouw heeft al vele politici en andere hoogwaardigheidsbekleders naar Den Haag getrokken. In juni was Koningin Maxima er nog, samen met burgemeester Jan van Zanen en minister Wiersma, om de aftrap te geven voor de verbrede koers van de Stichting Meer Muziek in de Klas in het kader van kansengelijkheid. Directeur John Verhoeff: “We zijn een wereldtalentenschool. Er is meer dan de basisvaardigheden. In ons concept zijn ontwikkelen, ontdekken en ontmoeten belangrijk. We willen dat kinderen structureel werken met een rijkheid aan activiteiten voor een brede ontwikkeling. We halen zoveel mogelijk de wereld binnen in de school. Zo werken we met onze kinderen wekelijks aan culturele vaardigheden, sporten ze onder leiding van een sportcoach, is er elke week muziekles in onze rijk ingerichte muziekruimte en hebben kinderen elke week les in het natuurlokaal, dat zich buiten op het schoolplein bevindt. Dat vraagt een andere manier van organiseren van het onderwijs en een herinrichting van het functiehuis.”

Brede ontwikkeling

We lopen het kindcentrum uit, waar in de directe omgeving twee voormalige pakhuizen zijn ingericht met ontdekmaterialen en muziekinstrumenten. Er tegenover ligt een theaterbox. “Het is een garage met een toneel, gordijnen en verlichting, waar kinderen onder leiding van een theaterprofessional kunnen werken. Het vraagt van ons dat we een diversiteit aan personeelsleden betrekken bij ons schoolteam om kinderen dit rijke aanbod te geven. De extra ruimten worden daarnaast ook na school gebruikt voor wijkactiviteiten door kinderen, maar ook door volwassenen. Ik denk dat het concept ‘school’ als instituut achterhaald is. We willen kinderen meer regie geven, zodat we hun intrinsieke motivatie aanspreken. Daarbij moeten we kinderen de ruimte geven, zodat ze zich breed kunnen ontwikkelen en daarbij is alleen de leraar niet meer voldoende!”

Op pad voor verbinding

Een dergelijke aanpak is er niet van de ene op de andere dag. Vanaf 2005 is er al gepraat om de voormalige Jan van Nassauschool een toekomstbestendige plek te geven. Het uit 1923 stammend gebouw paste niet meer in de visie van schoolleider John. “Ik ben bij alle organisaties die iets voor kinderen doen in de wijk op de koffie gegaan en heb zo heel veel verbindingen gelegd. Eerst was het idee om twee scholen in dit nieuwe kindcentrum te plaatsen. Ik ben blij dat we als enige school in dit gebouw zijn gekomen, samen met alle andere partners zoals de kinderopvang, het welzijnswerk, maatschappelijk werk, de woningbouwcorporatie, een logopediepraktijk en een buurtrestaurant. We zijn aanvankelijk ook begonnen met een huisartsenpraktijk, die nu helaas weer uit het gebouw is. Met alle aanwezige partijen staan we letterlijk om de kinderen en ouders heen om invulling te geven aan hun behoeften.”

Zorgen over toekomst

“Veel van wat we hebben gerealiseerd is met extra middelen gelukt. Zo hebben we in de afgelopen decennia aan allerlei gemeentelijke en landelijke extra investeringen kunnen meedoen. Maar om dat in stand te houden, is die ondersteuning structureel nodig. De school als trefpunt voor niet alleen onderwijskundige, maar ook maatschappelijke en sociale activiteiten. De overcapaciteit in ons gebouw is nodig om écht te kunnen samenwerken met andere organisaties. Bij elke verandering moet ik die overcapaciteit weer verdedigen, dat kost veel kracht! Vanuit mijn passie voor deze kinderen en deze wijk lukt dat. Toch kost het mij als schoolleider veel tijd en energie om die waardevolle samenwerkingen in stand te houden. Het zou mij, en ook mijn collega-IKC-directeuren, helpen als vakbonden dit ook vastleggen in een nieuwe functieomschrijving, zodat de schoolleider tijd heeft voor die belangrijke sociaal-maatschappelijke taak!”

Ruimte en vertrouwen

Toch lijkt geld niet het eerste probleem voor schoolleider John Verhoeff. De passie voor het vak maakt heel veel mogelijk. “Ik zet me elke dag voor 200 procent in voor onze kinderen. Met lef, moed en ondernemerschap ben ik heel ver gekomen. Samen met heel veel mensen om me heen. Het is belangrijk dat schoolleiders ruimte krijgen om te ondernemen. Dat ze zelf als regisseur van hun eigen plek keuzes kunnen maken voor wat goed is voor kinderen. Daarnaast is het belangrijk dat er vertrouwen is in de werkwijze. Dat begint bij het eigen schoolbestuur, maar zeker ook de gemeente en de overheid. Vanuit vertrouwen in de ontwikkeling van kinderen en de brede professionaliteit van medewerkers kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan de wereldburgers van onze toekomst!”

Op LinkedIn