Onderwijsregio’s: grip op lerarentekort

Als het griepseizoen aanbreekt en de vervangerspool alweer leeg blijkt, voelt zowat elke schoolleider dat het nog láng niet gedaan is met het lerarentekort. Toch heeft 95 procent van de directeuren er geen vertrouwen in dat de onderwijsregio’s de druk op de arbeidsmarkt kunnen verlichten, zo blijkt uit een peiling van AVS. Is dat een gemiste kans voor de schoolleider?

Uit peilingen van AVS blijkt dat directeuren in het basisonderwijs absoluut géén hoge pet op hebben van de onderwijsregio’s. De peilingen die in juni en september 2025 uitgevoerd zijn, laten zien dat maar liefst 95 procent (!) van de schoolleiders vindt dat de onderwijsregio’s niet helpen om de personeelstekorten terug te dringen. 61 procent is niet op de hoogte van de plannen van de onderwijsregio’s en 74 procent is nog nooit benaderd of betrokken bij hun activiteiten. 53 procent van de directeuren heeft geen ervaring met de onderwijsregio’s of weet er te weinig van.  

Dat het imago van de onderwijsregio’s onder schoolleiders niet al te best is, komt op allerlei fronten naar voren uit deze AVS-peilingen. Zeventien procent vindt het een bureaucratisch gebeuren of een onnodige extra laag, zestien procent is ronduit negatief en acht procent omschrijft zichzelf als ‘afwachtend’. Veertien procent van de directeuren staat wél positief tegenover de onderwijsregio’s. Wat vindt Lianne ter Steeg, die namens AVS vanaf het eerste uur betrokken is bij de ontwikkeling van de onderwijsregio’s, van deze uitkomsten? Zijn schoolleiders terecht zo negatief?

Valt het je tegen dat zo veel schoolleiders negatief zijn over de onderwijsregio’s?

“Eerlijk? Ja! Natuurlijk merk ik in het veld ook dat schoolleiders de onderwijsregio’s zien als een log ambtelijk, onnodig apparaat. Een blok aan het been. Deels snap ik dat. Want die onderwijsregio’s zijn nog in ontwikkeling en dus niet ‘af’ of klaar. Ik begrijp de kritische vragen. Schoolleiders weten niet goed wat ze met die onderwijsregio’s moeten: ‘Heb ik nog invloed op het werven en matchen van personeel? Als ik via mijn bestuur gebruikmaak van een bovenbestuurlijke vervangingspool; hoe werkt dit dan? Kunnen teamleden gemakkelijker overstappen van het ene naar het andere bestuur?’  Mijn advies is: stel die vragen vooral! Elke onderwijsregio heeft een projectleider, ga met die persoon in gesprek of nodig hem of haar uit tijdens een directieoverleg om te vertellen wat de onderwijsregio voor jullie scholen kan betekenen en hoe die jou concreet verder kan helpen.”

Wie kan ik bellen als ik geen leraar heb voor de klas?

“Nu, bij de onderwijsregio’s? Helemaal niemand. Even goed om te weten hoe de onderwijsregio’s ontstaan zijn: in 2022 kwamen de toenmalige ministers van Onderwijs tot de conclusie dat er overal in Nederland initiatieven opgetuigd werden om de oplopende personeelstekorten in het onderwijs terug te dringen, maar dat dit allemaal veel te versplinterd en vrijblijvend gebeurde. De onderwijsregio’s zijn een poging om kennis en kunde te bundelen en moeten ervoor zorgen dat overschotten en tekorten aan personeel beter op elkaar afgestemd raken. Het is toch doodzonde dat bij jou de paniek toeslaat omdat er aan geen leraar te komen is, terwijl drie dorpen verderop iemand werkloos thuis zit. Ja, dat gebeurt, ook in tijden van forse personeelstekorten!

Wat het er niet gemakkelijker op maakt, is dat alle vijftig onderwijsregio’s nét anders georganiseerd en aangestuurd worden. De verschillende regio’s zitten ook allemaal in verschillende fasen van ontwikkeling. De één heeft al tal van concrete plannen klaarliggen, de ander is nog maar net in oprichting. Dus helaas, één noodnummer waar alle schoolleiders naar kunnen bellen als ze met geen mogelijkheid aan leraren kunnen komen, is er nog niet. Ik snap dat je daar wel op zit te wachten. Maar zolang het er nog niet is, kun je wel op andere manieren van de onderwijsregio’s profiteren.”

Hoe dan?

“Ik zou zeggen: onderzoek vooral zelf wat er in jouw onderwijsregio te halen valt. Want dat verschilt per regio. Daarnaast wil ik je aanmoedigen om actief mee te denken hoe jouw onderwijsregio kan helpen bij bijvoorbeeld het verkleinen van het lerarentekort. Schoolleiders hebben een sleutelrol, óók in de onderwijsregio en bij het verminderen van personeelstekorten. Breng die expertise in. Jij weet als geen ander wat er speelt op jouw school, wat je team nodig heeft, welke secundaire arbeidsvoorwaarden bijdragen aan het werkplezier, welke doorgroeimogelijkheden interessant kunnen zijn voor medewerkers en of die openstaan voor mobiliteit. Als je zulke kennis deelt, is de kans groter dat de onderwijsregio jou straks veel beter kan ontlasten bij personeelsvraagstukken – en tekorten. Want daar zijn ze voor bedoeld.”

Maak nou eens concreet hoe die onderwijsregio’s schoolleiders helpen?

“In het onderwijs is de afgelopen jaren veel veranderd, ook op het gebied van personeelszaken. Personeelsbeleid is niet meer zozeer een administratieve of operationele (zoals werving, verlof en salaris) aangelegenheid, maar wordt veel meer strategisch ingezet om bepaalde onderwijsdoelen te halen. Voor directeuren van kleine besturen of éénpitters is dit best lastig. Er zit een HR-medewerker op het bestuurskantoor met beperkte tijd en als éénpitter heb je nog zóveel meer te doen. Sowieso ben je als schoolleider een ‘manusje-van-alles’. Dat maakt het vak ontzettend afwisselend en interessant, maar ook ingewikkeld. Misschien realiseer je je niet hoe vaak je met strategisch HRM bezig bent. Het zit namelijk óveral in. In lesbezoeken, sollicitatiegesprekken, ontwikkel- en beoordelingsgesprekken, maar ook in gesprekken over duurzame inzetbaarheid, professionalisering van het team en de ontwikkeling van individuele werknemers. Dit zijn allemaal kwesties waarmee de onderwijsregio’s je kunnen helpen. Van die ruggensteun kunnen zeker directeuren van kleine besturen of éénpitters enorm profiteren.”

Wat is het grootste misverstand rondom de onderwijsregio’s?

“Ze zijn niet zozeer bedoeld om alleen het personeelstekort – kwalitatief en kwantitatief – te verminderen, maar om werken in het onderwijs in zijn algemeenheid zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Daarom zetten de onderwijsregio’s sterk in op scholing en betrekken ze daarbij allerlei opleiders. Dat biedt kansen. Zo wordt het via de onderwijsregio’s makkelijker en voordeliger om een studiemiddag of scholingstraject voor je team op te tuigen rondom belangrijke thema’s zoals inclusief onderwijs of wereldburgerschap.

Sowieso maken de onderwijsregio’s scholing toegankelijker voor schoolleiders zelf én hun teams. Zijn er collega’s die graag intern begeleider willen worden of zich willen specialiseren? Als het om kleine aantallen gaat, is dit voor veel schoolleiders lastig en duur om in te kopen. En dan moet je ook nog vervanging zien te vinden. Op die fronten kunnen de onderwijsregio’s je ondersteunen. Door bijvoorbeeld gezamenlijk, grootschaliger scholing aan te bieden in de regio, dichterbij en voor een voordelige prijs. Als de onderwijsregio’s dan ook nog meedenken over vervanging heb je als schoolleider ook geen organisatorisch probleem meer.”

Al die scholing… Raak ik zo niet mijn beste teamleden kwijt?

“Ja, dat kan. Dit blijft een dilemma. Want als schoolleider wil je de beste krachten aan je binden, maar de onderwijsregio’s vragen je om buiten het belang van de eigen school te denken en uit te gaan van behoud van personeel voor de hele sector. Op het moment dat jij een leerkracht zodanig inzet dat dit optimaal aansluit bij diens ambitie en capaciteit komt dat meestal de kwaliteit van het onderwijs ten goede. De professionele ontwikkeling stimuleren heeft bovendien een gunstig effect op behoud van personeel. Maar helemaal voorkomen dat mensen elders aan de slag gaan kán niet. Wel is het zo dat de onderwijsregio’s gezamenlijk beleid gaan ontwikkelen onder meer op het gebied van secundaire arbeidsvoorwaarden. Als dat soort regelingen gelijk getrokken worden en medewerkers overal dezelfde doorgroeimogelijkheden krijgen, voorkom je concurrentie tussen scholen en besturen onderling. Dat biedt ook schoolleiders kansen.”

Hoezo? Bieden de onderwijsregio’s mij meer carrièreperspectief?

“Zeker. Ook de carrièremogelijkheden voor schoolleiders worden flexibeler. Doorstromen naar bijvoorbeeld de functie van bestuurder of overstappen naar het middelbaar onderwijs wordt steeds makkelijker. Zelfs als je niet per se een andere baan ambieert, maar wél je expertise breder wil inzetten of andere ambities wil ontplooien, kan dat via de onderwijsregio’s eenvoudiger dan alleen binnen je eigen bestuur. Zo loopt er momenteel in het noorden een onderzoek naar het opleiden, begeleiden en het werk van onderwijsassistenten. Dat onderzoek komt uit de koker van een schoolleider. Dankzij dit onderzoek wordt er een stevigere doorgaande lijn gecreëerd, wat de kwaliteit van ondersteunend personeel kan verbeteren.”

Dus de onderwijsregio’s dragen bij aan meer onderwijskwaliteit?

“Ja, en dat is ook hun opdracht! Op dat vlak gebeurt van alles. Een Friese onderwijsregio heeft een netwerk voor academische leerkrachten opgericht, dat uitgebreid wordt naar Groningen en Drenthe. Hoe mooi is het als jouw academische leerkrachten zich daarbij aansluiten, uitgedaagd blijven en nieuwe inzichten mee de school inbrengen? Een ander voordeel is dat je als schoolleider via de onderwijsregio makkelijker aan specialisten kan komen. Stel je zoekt een taal- en leescoördinator die zich bezighoudt met het verbeteren van het leesonderwijs in de bovenbouw. Dat is een te dure kracht om in dienst te nemen. Maar via de onderwijsregio’s kan zo’n specialist op veel meer plekken aan de slag en kan die wellicht voor een betere prijs ingevlogen worden. Tot slot is er natuurlijk de hoop dat er uiteindelijk een bovenbestuurlijke vervangingspool komt, waar straks meer dan genoeg leerkrachten en onderwijsassistenten inzitten op wie je als schoolleider een beroep kunt doen in tijden van ziekte. Dat sterkt zowel de continuïteit als de kwaliteit van het onderwijs.”

AVS peilt: Formatie beter op orde, tekorten blijven

Schoolleiders hebben minder problemen met het op orde krijgen van hun formatie voor het schooljaar 2025-2026 dan voorgaande schooljaren. Toch veroorzaak het personeelstekort druk bij directeuren. Dat blijkt uit twee peilingen die AVS heeft gehouden in juni en september 2025 onder schoolleiders.

Hoewel meer scholen hun formatie rond kregen, blijven er een hoop vacatures openstaan. In september had 46 procent van de schoolleiders een vacature van 0,6 tot 1,0 fte te vullen. Voor zestien procent van de directeuren viel dat tekort kleiner uit (tussen de 0,4 en 0,6 fte). Twintig procent had juist veel meer last van het personeelstekort. Zij miste 1,0 tot maar liefst 5,0 fte (!). Ruim zeventig procent van de schoolleiders is naarstig op zoek naar nieuwe leerkrachten. Achttien procent heeft zorgcoördinatoren, orthopedagogen en schoolleiders nodig. Zes procent een vakdocent bewegingsonderwijs.

Vanwege de personeelskrapte organiseert twintig procent van de schoolleiders de school of het onderwijs anders. Bijvoorbeeld door een onderwijsassistent te koppelen aan een leerkracht en de groepen groter te maken. Ondanks dit soort maatregelen verwacht bijna de helft van de directeuren dat zij aankomend schooljaar leerlingen één tot drie dagen naar huis moeten sturen, omdat er niemand is om voor de klas te staan. Vorig schooljaar overkwam dat 45 procent van de schoolleiders.

Het personeelstekort levert directeuren dus nog steeds de nodige kopzorgen op. Naar verwachting gaat daar op korte termijn geen verandering in komen. Sterker nog, de PO-Raad voorziet over twee jaar een forse uitstroom van personeel, omdat dan een grote groep leerkrachten en schoolleiders met pensioen gaat.