Liefdevol leiderschap

De chemie tussen autobaas & schoolleider

Auto’s verkopen en kinderen onderwijzen: dat zijn twee heel verschillende werelden. Toch hebben Vanita Attema, directeur van de Michiel de Ruyterschool in Amstelveen, en Jan-Chris Koenders, algemeen directeur Nederland van Toyota, meer dan genoeg gespreksstof.

Hoe typeer je jouw school?

Attema: “Mijn school staat in een welvarend deel van Amstelveen. Wij geven regulier openbaar onderwijs en steeds meer leerlingen zijn expatkinderen van hoog opgeleide ouders uit bijvoorbeeld Japan, Korea, Rusland of India. Onze populatie is aan het veranderen en we moeten goed kijken of ons onderwijs toereikend is voor de behoeftes van deze kinderen. Ik heb twee taalondersteuners aangenomen, we hebben NT2-specialisten opgeleid en zijn druk bezig met het verder vormgeven van het taalonderwijs.”

Waarom kozen jullie voor deze uitwisseling?

Attema: “Het gaat mij om de blik naar buiten. Het is goed je horizon te verbreden en te zien hoe het elders gaat. Het leidinggeven aan professionals brengt, denk ik, in elke sector dezelfde problematieken met zich mee. Wat je vak ook is, je moet een groep mensen meenemen vanuit een bepaalde missie en visie. Het is heel leerzaam om te zien hoe dat in een andere sector wordt aangepakt.”

Koenders: “Ik wilde ooit leraar worden en studeerde Franse literatuur, maar ik besloot toch mijn liefde voor auto’s te volgen. De interesse voor onderwijs is echter gebleven. Daarom ben ik voorzitter van de adviesraad van de Rotterdam School of Management. Deze cross-mentoring uitwisseling leek me waardevol, ik heb me gelijk aangemeld. We hebben gesprekken gevoerd via Teams en Vanita bezocht een vestiging van Toyota. Binnenkort kom ik naar de Michiel de Ruyterschool en daar verheug ik me enorm op.”

Vonden jullie raakvlakken?

Koenders: “Ik was verbaasd. Schoolleiders hebben een dubbelrol als manager van hun eigen school én als onderdeel van het bestuur. Dat is in de auto-business niet heel anders. Vaak bedienen zes tot zeven dealers samen de hele regio en delen ze bijvoorbeeld de financiën en IT. Ze zijn aan de ene kant de lokale dealer, dichtbij de klanten. Aan de andere kant maken ze deel uit van die managementstructuur. Autodealers én schoolleiders lopen er tegenaan dat er allerlei dingen voor hen worden besloten, ook zaken die ze misschien lokaal minder goed vinden passen. Dan is de vraag: hoe ga je daarmee om?
Die raakvlakken vind ik erg leuk. Vanita is iemand die niet alles klakkeloos overneemt. Zij zegt af en toe: ‘leuk dat het bestuur dit vindt, maar ik ga het zó doen.’ Ik ben altijd blij als mensen dat doen, dat toont hun betrokkenheid. Je moet niet denken dat je niks meer kunt doen als je onderdeel uitmaakt van een grote organisatie. Ik zie te vaak dat mensen passief worden en dat het verantwoordelijkheidsgevoel verdwijnt. Vanita wordt gedreven door het belang van de leerlingen, het team, de school, de relatie met ouders. Zij gaat voor wat zij denkt dat daar nodig is. Dat vind ik inspirerend.”

Attema: “Toyota komt heel familiair over. Het ís ook een familiezaak, zowel internationaal als in Nederland. Jan-Chris stelt zich niet op als de grote baas, maar als een van hen. Het bedrijf houdt vast aan bepaalde normen en waarden. Jan-Chris vertelde bijvoorbeeld dat hij altijd met een gast meeloopt naar de uitgang. Tegelijkertijd wil Toyota ook doorontwikkelen. Binnen het bedrijf heeft iedereen daarbij een heel duidelijke taak en rol, maar ze dienen allemaal hetzelfde doel. Dat is mooi om te zien en daar streef ik ook naar op school. Of het nu gaat om de conciërge, de onderwijsassistent of de directeur, we werken allemaal toe naar hetzelfde doel. We bouwen onder andere aan het sociaal welbevinden van de kinderen en dragen er allemaal aan bij dat zij verder komen.”

Waarin verschilt jullie werk?

Koenders: “Het grootste verschil dat we met elkaar vastgesteld hebben, is dat wij als bedrijf wat meer vrijheid hebben bij het verplaatsen of laten gaan van personeel. Als iemand op de verkeerde plek blijkt te zitten, kunnen wij besluiten om hem te laten gaan of een andere job voor te stellen.”

Attema: “Als in het onderwijs iemand niet meer functioneert, moet je een heel proces door voordat je afscheid van elkaar kunt nemen. En laten we niet vergeten dat het lerarentekort flink gaat toenemen. Dat kan er toe leiden dat je anders met personeel omgaat en misschien ook meer accepteert. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat mijn team compleet is, maar veel scholen zitten niet in een positie om veel eisen te stellen.”

Koenders: “Ik heb Vanita geschetst hoe we in het bedrijfsleven soms tot creatieve oplossingen komen. Wij hadden bijvoorbeeld een medewerker die al heel lang voor ons werkte. Helaas was de ‘lucht’ er op het eind een beetje uit. Maar hij was wel een van onze grootste ambassadeurs. Uiteindelijk startte hij een eigen bedrijf en konden wij hem inzetten als een van onze partners. Met een paar opdrachten van ons kon hij een goede start maken. Zijn ambassadeursfunctie bleef op die manier intact. Zo help je iemand op een, voor beiden, prettige manier naar buiten.”

Hebben jullie elkaar op nieuwe ideeën gebracht?

Attema: “Het gesprek dat ik met Jan-Chris en een van zijn bedrijfsleiders had, was inspirerend. Dat ging over het omgaan met personeel, met weerstand en successen. Ik kreeg van de Toyota-manager die we bezochten zelfs een mooi boek cadeau over omgaan met weerstand. Wat ook indruk op me maakt, is hoe Jan-Chris kijkt naar zijn bedrijf en de passie die hij daarvoor nog steeds voelt. Hoe hij omgaat met zijn werknemers. Hij zit erg op de relatie en maakt tijd voor zijn personeel. Dat is iets wat ik meeneem.”

Koenders: “Aan de hand van concrete voorbeelden vonden wij herkenning bij elkaar. Vanita had bijvoorbeeld veel moeite gedaan voor de goedkeuring en financiering van nieuw meubilair, dat helemaal paste bij een nieuwe werkwijze die zou worden ingevoerd. Een week later werd in een enkele klas het nieuwe meubilair ingezet voor de oude manier van lesgeven. Nou, dat soort dingen maken wij ook mee. Wij hadden bijvoorbeeld besloten dat het goed is om de klant niet langer in een klein kantoortje te zetten waarin hij een hoop geld moet afrekenen. Dat vonden we onaangenaam. Voortaan zouden we de klant in een open situatie aan een tafel zetten. En dan wordt dat soms toch niet doorgevoerd. Hoe krijg je mensen mee in een vernieuwing? Daar hebben we best lang over gepraat.”

Is het schoolleiderschap iets voor jou, Jan-Chris?

Koenders: “Ik ben wel erg gehecht aan mijn carrière met auto’s. Maar stel dat ik ooit besluit om iets anders te gaan doen, misschien kies ik dan voor het hoger onderwijs.”

Heb je nog een tip voor je gesprekspartner?

Koenders: “Ik wacht het liefst met een tip tot ik op Vanita’s school ben geweest. Maar er is iets wat ik erg mooi vind en waar ze zeker mee door moet gaan. Als zij tegen problemen aanloopt, als mensen dingen moeilijk vinden of ze worstelt met de structuur om haar heen, gaat ze door. Ze laat zich niet al te veel beïnvloeden en focust zich op wat het beste is voor haar school, team, leerlingen en ouders. Dat vind ik prachtig. Mijn tip is: ga daarmee door en laat je niet ontmoedigen.”

Attema: “Ik vind ook dat Jan-Chris vooral zo door moet gaan. Een mooi aspect van zijn leiderschap is dat hij zijn mensen regelmatig op een podium zet. De interesse die hij in anderen toont, is heel prettig. Hij heeft bij mij echt doorgevraagd: wat maakt dat je zo denkt of voelt? Het was niet alleen leuk om elkaars organisatie te leren kennen, maar ook heel goed elkaar te leren kennen. Die interesse over en weer waardeer ik enorm. Schoolleiderschap is best een eenzaam beroep. Ook al heb je steun van je bestuur, je doet het alleen. Daarom gun ik het iedereen om zo’n inspirerend kijkje te nemen in andermans keuken.”

Meer informatie over cross-mentoring

Interessant?
Dit artikel stond in KADER , het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden exclusief ontvangen. Wil jij KADER ook op de deurmat hebben? Word lid of abonnee, ontvang voortaan een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.