Je leest het, ziet het, hoort het: onze samenleving verhardt en dat is te merken. Oók op basisscholen en vooral in het contact met ouders. Over het algemeen zijn schoolleiders positief tot zeer positief over ouders (76 procent), maar het zijn de incidenten van een kleine groep ouders die zorgen voor druk bij het team en minder werkplezier. Dat blijkt uit een peiling van de Academie & Vakvereniging Schoolleiders (AVS), waaraan 414 basisschooldirecteuren meewerkten.
Ruim driekwart van de 414 schoolleiders in het basisonderwijs die de AVS-enquête invulde, denkt positief over het contact met ouders. Toch botst het ook regelmatig. 67 procent van de schooldirecteuren kreeg het afgelopen schooljaar weleens te maken met fikse aanvaringen met ouders. Bij tien procent gebeurde dat zelfs regelmatig. Dat heeft een diepe impact, laat een schoolleider in de peiling weten: “Hoewel we meestal een fijn contact met ouders hebben, kan één gesprek waarin een ouder over al je grenzen heen gaat al die honderd goede gesprekken teniet doen. De manier waarop ouders soms eisen stellen, leveren leraren slapeloze nachten op.”

“Schoolleiders ervaren dat ouders over het algemeen sneller dan vroeger juridische stappen nemen, formele klachten indienen, hun kind(eren) van school dreigen te halen of zich respectloos uitdrukken”, licht Lianne ter Steeg, beleidsadviseur bij AVS, toe. Soms escaleert het echt en worden teamleden of schoolleiders zelfs uitgescholden, gemanipuleerd of bedreigd. Ondanks dat het maar om een kleine groep gaat, dat benadrukken de schooldirecteuren steeds weer in deze peiling, kosten dit soort incidenten veel energie. 72 procent ervaart daardoor druk, variërend van ‘enigszins’ tot ‘in zeer hoge mate’.
Escalaties met ouders beïnvloeden bovendien het werkplezier en de belastbaarheid van het team veel tot zeer veel, geeft 51 procent van de schoolleiders aan, ze blijkt uit de AVS-enquête. “Dit zijn cijfers om serieus te nemen”, vindt Ter Steeg. “We zitten in het onderwijs al met grote personeelstekorten en je wilt geen directeur of leerkracht moeten missen die uit angst voor ouders uitvalt. We willen deze problematiek daarom serieus nemen, maar tegelijkertijd is dit ook een gevoelig onderwerp dat vraagt om nuance. Ook al staan ouders en scholen soms tegenover elkaar: pas als je écht in de verbinding bent, kom je tot oplossingen. Alleen sámen kunnen ouders en schoolteams dus het beste doen voor het kind. Het is voor niemand goed als die relatie onder druk komt te staan. Maar om moeilijkheden op te lossen moet je ze wel eerst in kaart brengen en dat is precies wat AVS met deze peiling doet.”

Schoolleiders doen al veel om de ouderbetrokkenheid te stimuleren, zo blijkt uit de AVS-peiling. Ze investeren in nabijheid, openheid en partnerschap. Korte lijnen, makkelijk benaderbaar zijn en veel persoonlijk contact: vrijwel alle schoolleiders vinden dat erg belangrijk. Startgesprekken, huisbezoeken en een dagelijks warm welkom bij de ingang van school – allemaal bedoeld om goede banden met ouders én hun kinderen te smeden en te onderhouden. 91 procent van de directeuren vindt dan ook ‘het goed omgaan met ouders’ een vanzelfsprekend onderdeel van hun vak.
“Ouderbetrokkenheid is een belangrijk onderwerp”, zegt één van de schoolleiders in onze enquête. “Bij kennismaking met ouders heb ik het altijd over het vertrouwen. Je gaat immers, als het goed is, een relatie met elkaar aan van acht jaar. Je moet elkaar daarom durven opzoeken als er zorgen zijn, dan kun je vervolgens vanuit gelijkwaardigheid in gesprek gaan over wat het beste is voor het kind.”
Toch is er in het contact met ouders vaak nog ruimte voor verbetering, ziet Peter de Vries, expert ouderbetrokkenheid en promovendus op dit onderwerp aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Een school is een gemeenschap van kinderen ínclusief de ouders en dat wordt gek genoeg te makkelijk vergeten in het onderwijs, simpelweg omdat ouders meestal niet fysiek op school aanwezig zijn. En dat heeft consequenties. Ouders die zich niet betrokken voelen bij een basisschool gaan zich dan gedragen als consument. Ze zien jouw school als een product, komen verhaal halen als het resultaat tegenvalt, bepalen hun eigen regels en zullen zelfs met elkaar op de vuist gaan als andere leerlingen ‘hun’ kinderen in de weg zitten.”
De peiling van AVS laat duidelijk zien dat conflicten vooral oplopen als verwachtingen van school en ouders over de mogelijkheden, de resultaten en de ontwikkeling van een kind uiteenlopen (71 procent). En alhoewel je in de media veel hoort over ruzies rondom het schooladvies, valt dat in onze peiling wel mee. In 29 procent van de gevallen wordt het schooladvies genoemd als bron van spanning.

“Botsingen komen vooral voor op momenten dat het om welke reden dan ook niet goed gaat met een kind”, ziet AVS-adviseur Ter Steeg. “Bijvoorbeeld als het leer- of gedragsproblemen heeft of een leerling gepest wordt. Vooral wanneer een kind op zijn kwetsbaarst is, zie je verhoudingen soms verharden, juist omdat iedereen vanuit het eigen perspectief het allerbeste voor het kind wil doen en ouders van nature een hele sterke emotionele verbondenheid met hun zoon of dochter hebben. Het is dus niet gek dat ouders soms letterlijk vechten voor hun kind. Tegelijkertijd kun je als schoolleider agressief gedrag bijvoorbeeld niet tolereren, want de veiligheid voor iedereen staat in de school voorop.”
Het beeld dat in de AVS-peiling ontstaat, is dat ouders leerkrachten (of de directeur) soms ‘op het matje’ roepen om verantwoording af te leggen. Ter Steeg: “Als vader of moeder wil je begrijpen wat school precies doet om ervoor te zorgen dat een kind zich optimaal ontwikkelt. Maar het is de muziek die de toon maakt. In enkele gevallen, zo laat onze enquête zien, blijft er zo weinig ruimte over voor een open dialoog, wederzijds begrip of respect, dat aanvaringen ontstaan. Zeker als ouders vervolgens hun onvrede uitgebreid ventileren via sociale media of de groepsapp, kun je lijnrecht tegenover elkaar komen te staan.”

Het is een hele kunst om dit soort tegenstellingen te overbruggen, stelt Ter Steeg. “Maar vanuit AVS geloven we dat schoolleiders hier een belangrijke rol in kunnen hebben. Sommige directeuren zijn daar ook al enorm goed in en anderen hebben daar misschien nog wat in te leren. Want je hebt nu eenmaal met heel veel verschillende ouders te maken, die allemaal vanuit hun perspectief het beste willen voor hun kind. Als leerkracht en schoolleider heb je echter ook een ánder belang te dienen: dat van alle leerlingen in een groep of in het geval van de directeur – het belang van iedereen in de school. Dat zal altijd een zekere vorm van wrijving geven. Omdat het individuele belang nu eenmaal kan botsen met het groepsbelang. En hoe ga je elkaar dan toch vinden om het beste te doen voor het kind? Dat is uiteindelijk de vraag die je als school en ouders sámen moet beantwoorden.”
Alhoewel leraren het meest botsen met ouders (57 procent) omdat ze vanwege hun werk vaker direct contact met ouders hebben, zegt zestien procent van de directeuren de handen vol te hebben aan de-escalatie, administratief gedoe rondom de afhandeling van klachten van ouders én aan het feit dat medewerkers zich niet veilig voelen op school.
Hoe zou je het gevoel van veiligheid voor iedereen binnen de school kunnen versterken? “Het kan bijvoorbeeld al de-escalerend werken om sámen met ouders een gedragscode op te stellen”, denkt Ter Steeg. “Zo’n gedragscode laat zien: hoe willen we dat we met elkaar omgaan op school? Want om leren en werken in het onderwijs vleugels te geven is het van belang dat iedereen in de school zich ook veilig kan voelen. Dat én samenwerken met ouders vanuit wederzijds vertrouwen, erkenning en begrip is een absolute voorwaarde om het allerbeste voor elk kind te kunnen doen.”
Maar er is meer nodig, zo laat AVS-peiling zien. Schoolleiders geven aan dat zij zelf of leerkrachten zich soms handelsverlegen voelen als de emoties hoog oplopen tijdens een gesprek met ouders. “Ik wil comfortabel worden in het voeren van schurende gesprekken en ouders liefdevol kunnen begrenzen”, schrijft een schoolleider in onze enquête. “Ik wil duidelijke kaders kunnen geven, de regie kunnen pakken en waar nodig ruimte terug kunnen nemen.” In de AVS-peiling roepen schoolleiders dan ook op tot meer scholing: “En dan niet een cursusje hier en daar, maar iets structureels.”
Peter de Vries pleit in zijn manifest ‘Ouderbetrokkenheid is niet genoeg’ ervoor om het vak ‘parentagogiek’ onderdeel te laten worden van de opleidingen voor leraren en schoolleiders, zodat onderwijsprofessionals al vanaf de start veel beter opgeleid zijn in het samenwerken met ouders. “In een opleiding als Social Work is het professioneel werken met ouders al een kerncompetentie. In lerarenopleidingen komt dit heel beperkt of niet aan de orde. Dat is opmerkelijk, want leraren werken dagelijks in een driehoek van kind–ouder–school.”
AVS is het helemaal met De Vries eens dat het professioneel samenwerken met ouders een vast onderdeel moet worden van de verschillende onderwijsopleidingen. Daar wordt nu aan gewerkt, maar het zal nog wel even duren voordat het zover is. “Tot die tijd gaat AVS specifieke regiobijeenkomsten voor schoolleiders organiseren in heel Nederland rondom het thema ouderbetrokkenheid, waar directeuren casussen kunnen voorleggen, meer leren over een veilig leer- en werkklimaat en waar je ook gesprekstechnieken kan aanscherpen. AVS hoopt hiermee de spanning tussen scholen en ouders te verminderen en het werkplezier in het onderwijs te vergroten”, stelt AVS-voorzitter Karin Straus.
“School hoort voor iedereen – leraren, ouders, kinderen en directeuren – een plek te zijn waar je je veilig voelt. Want veiligheid en vertrouwen zijn absolute voorwaarden om als mens te kunnen groeien. Laten we als onderwijssector het goede voorbeeld geven en er sámen voor zorgen dat spanningen, frictie en angst tot een minimum beperkt kunnen worden.”