Avonturiers

Hoe verandert het hele team met je mee?

Kees Rutten heeft als directeur-bestuurder van Leisurelands negentien recreatieterrein onder zijn hoede, waar mensen het avontuur kunnen opzoeken. Pim Frijhoff, schoolleider van OBS De Heerd in Leusden, ging dit jaar ook een avontuur aan door met zijn school volop te focussen op inclusief onderwijs. Hoe krijg je het hele team mee in zo’n avontuur?

Kees Rutten (39), directeur-bestuurder van Leisurelands, komt uit een echt onderwijsgezin. Met twee ouders die in en rond het onderwijs werkten, groeide hij op met discussies over hoe het op scholen beter en anders kon. Toen hem gevraagd werd deel te nemen aan het cross-mentoringprogramma, aarzelde hij geen moment. Ook Pim Frijhoff (41), sinds 2,5 jaar schoolleider van OBS De Heerd, had meteen zin in zijn eerste ontmoeting. “Binnen onze sector heb je al gauw een sfeertje van ‘wij van het onderwijs’, alleen daarom al vind ik deze uitwisseling met het bedrijfsleven goed.”

Wat typeert jouw school?

Frijhoff: “Mijn school is op weg naar inclusief onderwijs. We willen het liefst elk kind binnen boord houden. Daarom zijn we afgelopen jaar gestart met een intensieve instructiegroep voor leerlingen, die we normaal zouden verwijzen naar het speciaal basisonderwijs (sbo) en die zouden vervolgens dan met de taxi naar Amersfoort moeten. Onderwijs dichtbij huis is in onze ogen essentieel voor de ontwikkeling van deze leerlingen. Met name de externaliserende kinderen (kinderen die op extreme wijze hun emoties uiten, red.) vormen een uitdaging. We ondersteunen elkaar door te modelen, hardop te denken over mogelijke oplossingen, en wisselen tips uit. We zetten daarnaast onze intern begeleider, die orthopedagoog is, maximaal in. Deze inclusieve opzet heeft gevolgen voor onze eindopbrengsten en daar gaan we zeker over in gesprek met de Inspectie van het Onderwijs.

Pim, jij staat zelf regelmatig voor de klas. Is dat uit noodzaak of overtuiging?

Frijhoff: “Ik vind dat je als schoolleider af en toe met je poten in de klei moet staan en dat je de kinderen moet kennen.”
Rutten: “Dat ben ik met je eens. Het kantoor van Leisurelands staat in Arnhem, maar op onze recreatieterreinen gebeurt het. Daar breng ik daarom ook ruim de helft van mijn tijd door. Ik maak regelmatig een rondje langs de kiosken en restaurants, ga mee bomen zagen en kijk hoe een festival wordt opgebouwd. Doe je dat niet, dan loop je als directeur het risico dat het uitvoerende werk erbij komt te hangen.”
Frijhoff: “Soms bestaat er ook een hiaat tussen het beleid en de praktijk. Dan gaat het vooral om Haags beleid, want het bestuur faciliteert mijn school en staat achter ons inclusieve onderwijs.”
Rutten: “Ervaren jullie Den Haag meestal als steunend?”
Frijhoff: “Ja. We krijgen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs veel subsidie, waarover we minimale verantwoording hoeven af te dragen. Ik zie steeds minder bureaucratie. De inspectie zegt: ‘zorg dat je de boel op orde hebt. Veel succes!’ Ik mag mezelf achteraf verantwoorden. Als een school dan vervolgens ook nog een bestuur heeft met een brede blik, krijg je als directeur alle ruimte. Daar moet ik dan natuurlijk wel gebruik van maken. Soms hoor ik: ‘De inspectie vindt dat je een groepsplan moet hebben.’ Dat is een misvatting. De inspectie wil dat je zicht hebt op de ontwikkeling. Hoe je dat doet, dát maakt niet uit.”

Soms zijn regels ook regels. Vind je lastig?

Frijhoff: “We hebben als gezamenlijke scholen in Leusden afgesproken: we willen vanwege de coronapandemie geen ouders in de scholen hebben. Sommige collega’s hebben daar moeite mee. We hebben die twijfels met elkaar besproken, maar voeren het afgesproken beleid uit.”
Rutten: “Welke maatregelen je ook neemt, het is belangrijk dat je uitlegt waarom. Mensen zijn er niet bij gebaat als je zegt: ‘het moet van Den Haag.’ Je wilt geen speelbal zijn. En als er veel weerstand is, bestaat er altijd de optie dat je met de overheid in gesprek gaat.”
Frijhoff: “Als ik als schoolleider op het plein over een beslissing van het bestuur zeg dat ik zelf anders zou hebben besloten, dan gaat dat als een lopend vuurtje rond. Dat kost uiteindelijk leerlingen. We zijn één stichting en dat dragen we uit.”
Rutten: “De directeur van mijn moeder kon beslissingen niet altijd uitleggen. Zij had daardoor het gevoel dat er allerlei nieuwe eisen van buiten bij haar werden neergelegd. Soms is dat ook een generatieding. Toen ik bij de NS werkte, ontstond wel eens de indruk dat bepaalde mensen niet mee wilden met vernieuwing. Met name de oudere conducteurs hadden geleerd om als handhaver en kaartjesknipper op te treden, zij moesten nu ineens de rol van gastheer gaan vervullen. Dat botst. De pabo is tegenwoordig ook een heel andere opleiding dan voorheen.”
Frijhoff: “Zeker. Ik zet de mensen die de oude kleuterleidsteropleiding hebben gedaan, ook niet voor groep 8. Die laat ik fijn met kleuters werken, daar zijn ze heel specifiek voor opgeleid.”

Hoe communiceren jullie met je omgeving?

Rutten: “Ons gebied Bussloo, bij Apeldoorn, trekt een miljoen mensen per jaar. Om-
wonenden hebben last van die toeloop. Daarom bieden we faciliteiten speciaal voor hen aan, zoals fitnessgebieden. We willen een maatschappelijke onderneming zijn en ook scholen een fijne plek bieden voor sport en recreatie. Sinds ik directeur-bestuurder ben, hebben we daarom het toegangsgeld voor groepen geschrapt.”
Frijhoff: “Het schoolbestuur, Stichting Voila, biedt protestants-christelijk, katholiek en openbaar primair onderwijs. Mijn school deelt het gebouw met een protestantse school. Het is leuk om met meer gezindten bij elkaar te zitten, maar soms ook lastig. Ouders kiezen veelal bewust voor openbaar of christelijk onderwijs. Ik merk dat beide kanten soms moeite hebben om open te staan voor elkaar. Ik wijt dat aan onbekendheid. Onze school is echter op allerlei vlakken een mooie afspiegeling van de maatschappij. Het merendeel van de ouders is tolerant in, maar ook zij kunnen tegen een grens aanlopen wanneer hun kind bijvoorbeeld gaat spelen met een kind dat de taal nog niet beheerst.”
Rutten: “Dat snap ik. Het is ook belangrijk dat je dit soort dingen goed inkleedt. Als je bijvoorbeeld een bijeenkomst organiseert om te vertellen waarom het opnemen van sbo-leerlingen een goed idee is, dan strijk je mensen al snel tegen de haren. Volgens mij moet je het verhaal van de inclusieve school heel regelmatig, op gezette tijden steeds opnieuw weer uitdragen. Dan komen bepaalde beslissingen veel minder als een verrassing. Ik zou dat voor de school van mijn kinderen ook graag willen, ik wil beter de visie van de school begrijpen.”
Frijhoff: “Ja, je moet het beleid actief uitdragen, want ouders lezen een schoolplan niet. Ik zie dat het voortgezet onderwijs veel nadrukkelijker zo’n pr-strategie voert. Ik ben zelf liever bezig met de inhoud. Eigenlijk moet mijn school zichzelf verkopen.”
Rutten: “Je kunt jezelf ook op een niet-nadrukkelijke manier verkopen.”

Hoe dan, Kees?

Rutten: “Ik heb zelf niet de indruk dat ik als ouder door de school onderdeel word gemaakt van de ontwikkeling van mijn kinderen. Het tienminutengesprek gaat meestal alleen over hoe mijn kind presteert op school. Een leraar kan zo’n gesprek echter ook beginnen met: dit is onze visie, daarom werken wij zo en daarna zoom je in op wat dat betekent voor het betreffende kind.”
Frijhoff: “Sommige leerkrachten vinden het lastig om dat grotere plaatje uit te leggen. Die zeggen tegen mij: ‘dat is jouw vak.’”
Rutten: “Als mij wordt gevraagd wat ons een maatschappelijke onderneming maakt, vertel ik dat schoolklassen hier gratis welkom zijn en leg ik uit dat we het belangrijk vinden om onze omgeving, waaronder scholen, een fijne plek te bieden voor sport en recreatie. En dat moet niet alleen mijn verhaal zijn, maar van het hele bedrijf. Uiteindelijk bouw je met elkaar aan zo’n verhaal.”
Frijhoff: “Inderdaad, en dat verhaal moet overeenkomen. Je moet als team hetzelfde verhaal uitdragen. Wij hanteren daarom ook met elkaar een bepaalde visie op hoe we willen werken. Ik vind het belangrijk om daarin transparant te zijn. Dat inspireert collega’s om het net zo te doen en ik merk dat ouders dan makkelijker contact maken.”

Vinden jullie dat het onderwijs zich ten goede ontwikkelt?

Rutten: “Ik zie dat er wat is veranderd in het onderwijs. Mijn kinderen komen niet zoals ik vroeger thuis met een proefwerk vol rode strepen. Het draait nu veel meer om de ontwikkeling van een kind.”
Frijhoff: “Maar er moet nog wel een grote omslag plaatsvinden in het onderwijssysteem. Kinderen moeten op hun twaalfde jaar al een schoolkeuze maken en dat lukt niet altijd. Nu komen er steeds meer brede brugklassen, maar daarmee verschuif je het probleem alleen maar. We delen kinderen in op basis van cognitie. Toch is de ene havist de andere niet. Desondanks moeten al die leerlingen uiteindelijk allemaal door dezelfde hoepel heen. Wat mij betreft stoppen we met het uitdelen van schooladviezen. Kinderen gedijen beter in het voortgezet onderwijs als ze per vak op verschillende niveaus les krijgen.”
Rutten: “Volgens mij is het een illusie dat je het hele systeem op de schop kunt nemen. Verandering verloopt zelden radicaal. Meestal gaat het in kleine stapjes.”
Frijhoff: “Je moet schoppen tegen de gevestigde orde, wil je een kiertje veroorzaken.”
Rutten: “Ik wilde in een vorige functie ook graag snel, grote veranderingen doorvoeren, maar ik merkte dat collega’s daardoor dichtsloegen. Zij zeiden: ‘los eerst maar eens de dagelijkse problemen, met de roosters en ziektevervanging, op.’ Ik zou in gesprek met de politiek en het ministerie van Onderwijs zeker je einddoel schetsen zoals je net deed, maar als leidinggevende moet je vooral zorgen dat je je mensen meekrijgt. Zeker als je tegendenkers in je teams hebt, werken die kleine stappen beter om uiteindelijk die grote omslag te maken.”

OVER HET CROSS-MENTORING PROGRAMMA
Pim Frijthoff en Kees Rutten ontmoeten elkaar, omdat zij deelnemen aan het cross-mentoring programma. Dit is een initiatief van de AVS en NL2025, een beweging waarin leidinggevenden uit het bedrijfsleven, de culturele sector, de wetenschappelijke wereld en de sport zich inzetten voor een betere toekomst van Nederland. Door middel van het cross mentoring-programma leren schoolleiders en directeuren van grote bedrijven over en weer van elkaar.

Interessant?
Dit artikel stond in KADER , het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden exclusief ontvangen. Wil jij KADER ook op de deurmat hebben? Word lid of abonnee, ontvang voortaan een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.