Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘We gebruiken nog maar 4 procent drinkwater’
Naar een duurzaam schoolgebouw

‘We gebruiken nog maar 4 procent drinkwater’

Auteur: Jaan van Aken

Het verduurzamen van schoolgebouwen loopt nog niet storm. Toch kan het wel, zoals de nieuwbouw van Lyceum Schravenlant in Schiedam en de renovatie van De Wilgenstam in Rotterdam aantonen. In de toekomst zullen meer scholen verduurzamen, verwachten Irma Thijssen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Gerard Lokhorst van Stichting Duurzame Scholen. Betere samenwerking tussen schoolbesturen, gemeenten en bedrijfsleven is daarbij een voorwaarde.

“Die moswand is typisch iets om duurzaamheid in het gebouw zichtbaar te maken”, gebaart Jan van Beveren, directeur van Lyceum Schravenlant naar het groene elandmos bovenin de aula dat de luchtvochtigheid reguleert en CO2 opneemt. De school won de Award Duurzame Architectuur 2014 voor het cradle to cradleschoolgebouw (behalve het beton zijn alle materialen herbruikbaar), maar de belangrijkste duurzame maatregelen zijn nauwelijks zichtbaar. Zoals de warmtekoudeopslag om ’s zomers te koelen en ’s winters te verwarmen, waardoor de school geen gas verstookt. Regenwater wordt opgevangen om de toiletten door te spoelen. “Kijk, nog maar 4 procent van ons waterverbruik is drinkwater”, wijst Van Beveren op een monitor in de hal.

Schravenlant is een Frisse Klasse A-school dankzij een ventilatiesysteem dat zorgt dat de CO2-waarde niet te hoog oploopt. Op het dak liggen zonnepanelen, sensoren zorgen dat het licht automatisch aan en uit gaat en in de wanden is duurzame bamboe verwerkt. “In de kantine staan picknicktafels van duurzaam Indonesisch hout. Als je goed zoekt, kun je voor ongeveer hetzelfde geld duurzame materialen kopen”, vertelt de directeur. Het lyceum in Schiedam is een voorloper. Jaarlijks worden er ongeveer honderd nieuwe scholen gebouwd in Nederland. “Een kwart heeft een duurzaam nieuw gebouw”, schat Gerard Lokhorst, directeur van Stichting Duurzame Scholen. Ook het verduurzamen van bestaande panden loopt nog geen storm, merkt Irma Thijssen, senior adviseur utiliteitsbouw bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). “Er is wel interesse, maar energiebesparing en gezonde binnenlucht hebben nog geen prioriteit. Terwijl veel scholen heel hard een verbeterslag nodig hebben op die terreinen.” Een derde van de scholen heeft enkel glas, meer dan 40 procent is niet of slecht geïsoleerd en bij vier van de vijf scholen is de CO2-concentratie te hoog door onvoldoende ventilatie, bracht RVO in 2009 in kaart. Een uitzondering is obs De Wilgenstam in Rotterdam, die in 2011 de eerste duurzaam gerenoveerde school in Nederland was. “In het onderwijs moet duurzaamheid het uitgangspunt zijn. Je geeft kinderen mee: wij investeren in jullie toekomst”, vindt schoolleider Peter Bergen.

In acht weken tijd ging het gebouw van energielabel G naar A++. De school is geïsoleerd, gebruikt warmtekoudeopslag en zonnepanelen, waardoor het energieverbruik met 80 procent daalde. Dankzij een ventilatiesysteem is De Wilgenstam ook een Frisse Klasse A-school. Er is een schoolpleintuin met veel groen en zand. Nieuwbouw was voor het zestig jaar oude pand geen betere optie, volgens Bergen. “Bij renovatie gaat het erom of het gebouw toekomstbestendig (te maken) is. Dit gebouw kan weer veertig jaar mee.”

Obstakels voor een groen gebouw
Er staan (nog) obstakels in de weg die voorkomen dat meer scholen verduurzamen. Ten eerste de kosten. Gemiddeld zijn de meerkosten voor een duurzaam schoolgebouw zo’n 10 procent, becijferde RVO. “Op lange termijn verdien je die kosten terug”, zegt Thijssen. “Geld is uiteindelijk altijd leidend”, weet Lokhorst. “Als een gemeente niet meer dan het normbedrag volgens het Bouwbesluit wil financieren, vraagt het veel van een schoolbestuur om zelf in verdergaande duurzame maatregelen te investeren.” Daarom is samenwerking tussen gemeente en schoolbestuur zo belangrijk, benadrukken Thijssen en Lokhorst.

In Schiedam vergaderden steevast een onderwijs- en milieuambtenaar mee. “Dat is een voorwaarde om tot een duurzaam gebouw te komen”, vindt schoolleider Van Beveren. De duurzaamheidsinvesteringen kosten negen ton extra. “Dat is voorgefinancierd door de gemeente, die duurzame gebouwen wil stimuleren. De lening betalen we in vijftien jaar terug via de besparing op energiekosten.”

Bij De Wilgenstam vormden beheer en onderhoud een obstakel. “Aanvankelijk waren temperatuur en luchtkwaliteit onvoldoende. Het inregelen van de installaties liep niet goed via het onderhoudsbedrijf van het bestuur. Laat het beheer doen door het installatiebedrijf”, tipt Bergen. “Je moet sowieso regelmatig energieverbruik controleren en installaties ‘herinregelen’ zodat een school energiezuinig is en blijft”, vult Thijssen aan.

Lokhorst merkt dat bij veel schoolbesturen onwetendheid heerst over duurzame maatregelen. “Zij weten niet wat er kan en wat ze daarmee moeten.” Gemiddeld bouwt een schoolbestuur in zijn bestaan 0,9 school, weet Thijssen. “Grote schoolbesturen hebben vaak een medewerker huisvesting, maar veel besturen missen die specifieke kennis. Dan moet je samenwerken met andere besturen of kennis inhuren.”
Maar veel besturen zijn huiverig voor samenwerking met het bedrijfsleven. Thijssen: “Scholen zijn argwanend: dat zijn snelle jongens die veel geld willen verdienen. Maar ik ken veel marktpartijen die besturen goed ondersteunen en oplossingen hebben voor energiezuinige en gezonde scholen, en de financiering daarvan.” Lokhorst: “Je ontkomt er niet aan bedrijven te betrekken als je wilt verduurzamen.”

Green deal
De Green Deal Verduurzaming Scholen uit november 2014, onderdeel van het Nationaal Energieakkoord, heeft als doel de verduurzaming van schoolgebouwen te versnellen. Een kans is de overheveling van het budget voor buitenonderhoud van gemeente naar scholen voor primair onderwijs. Door het maken van een duurzame meerjarenonderhoudsbegroting, kun je investeren in groene maatregelen. “Als je zonnepanelen op het dak wilt leggen, kijk dan of je meteen het dak kunt isoleren. Moeten de kozijnen vervangen, pas dan ook dat enkele glas aan”, suggereert Thijssen. De Wilgenstam benutte die kans: het budget van 2,3 miljoen euro kwam grotendeels uit het meerjarenonderhoudsplan van schoolbestuur en gemeente. Daarnaast kregen ze 500 duizend euro subsidie via de NESKregeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Lokhorst ziet momenteel veel Esco-modellen. “Die bieden bedrijven als totaaloplossing voor scholen.” Esco staat voor Energy Service Company, waarbij bedrijf en school een meerjarig energieprestatiecontract voor beheer, onderhoud en energieprestatie van het gebouw aangaan. Vaak gaat een Esco gepaard met investeringen in energiezuinige oplossingen, die worden terugverdiend uit energiebesparingen. Thijssen: “Voordeel is dat een schoolbestuur ‘ontzorgd’ wordt en de prestaties gegarandeerd zijn.” Zonnepanelen, binnenklimaat en verlichting noemt Lokhorst als belangrijkste groene onderwerpen waar scholen mee bezig zijn. “Rond installaties die CO2 afvoeren en energiezuinige LED-verlichting gebeurt veel. Ook zijn er veel aanbieders van zonnepanelen”, zegt hij. Zoveel dat RVO een tool maakt voor scholen. “Om inzicht te geven in terugverdientijden en wie bijvoorbeeld verantwoordelijk is bij lekkage”, zegt Thijssen.

Opbrengsten
De opbrengsten van een duurzame school kunnen hoog zijn. “Een energiebesparing van 100 procent is mogelijk”, zegt Lokhorst. RVO stelde een top 15 van duurzame scholen samen. De best scorende scholen bleken zelfs energie op te wekken. “Daarnaast gaan de leerprestaties omhoog en neemt ziekteverzuim af door een goed binnenklimaat, weten we uit onderzoek”, vertelt Thijssen. Ook de bewustwording groeit. “Kinderen beginnen tegen hun ouders over zonnepanelen en zo werkt het door in de rest van de maatschappij”, ziet Lokhorst. Ook directeur Van Beveren van Lyceum Schravenlant merkt de positieve effecten. Over de energierekening kan hij pas iets zeggen als het systeem drie jaar stabiel draait. Maar het welbevinden is toegenomen. “Iedereen vindt het een heel prettig gebouw om in te werken. Zelfs de aanmeldingen zijn verdubbeld, al speelt de onderwijskwaliteit daarbij natuurlijk een belangrijke rol. Maar ouders benoemen duurzaamheid ook als belangrijk thema”, hoort hij. Bergen van De Wilgenstam kan iedereen een duurzame renovatie aanraden, ondanks dat het veel extra tijd vraagt. “Genoeg uren om na een jaar bijna overspannen te zijn. Maar het levert een heel mooi gebouw op, met betere lichtinbreng, luchtkwaliteit en minder energiekosten.”
Lokhorst en Thijssen verwachten dat steeds meer scholen zullen verduurzamen. Voor nieuwbouw zijn de eisen in het Bouwbesluit sinds 1 januari 2015 aangescherpt: voor scholen is de energieprestatiecoëfficiënt van 1,3 naar 0,7 gegaan; in 2020 gaat deze naar (bijna) nul. Thijssen: “Scholen moeten meer duurzame maatregelen nemen om aan de normen voor energiegebruik te voldoen.” Lokhorst vult aan: “Ze zouden gek zijn als ze het niet doen. Er liggen steeds meer mooie voorbeelden, waardoor de voordelen duidelijker zijn.”

Meer weten?
Om te komen tot een duurzaam huisvestings- en/of meerjarenonderhoudsplan heeft RVO een ‘Leidraad verduurzamen schoolgebouwen voor basisonderwijs’ uitgebracht. Met een stappenplan en technische, procesmatige en financiële tips en opties. Gebaseerd op ervaringen van schoolbesturen en gemeenten. Zie www.rvo.nl/frissescholen (Tools voor Frisse Scholen). Hier is (binnenkort) ook de andere genoemde tool te vinden. Zie ook www.duurzamescholen.nl en www.duurzamescholen.nl/magazine.

Gepubliceerd op: 3 september 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Speciaal onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (6e herziene uitgave september 2017)